De zaak Wiels – Rechtbankblog 6

Aubert Wiels denkt dat de opdrachtgevers zich verschuilen in de politieke- en de geldwereld.

Aubert Wiels denkt dat de opdrachtgevers van de moord op zijn broer zich verschuilen in de politiek en de geldwereld.

Met nadruk legde rechter Constantijn van Dam van Isselt levenslange op voor Elvis Kuwas, de man die Helmin Wiels in koelen bloede en op bestelling doodschoot op 5 mei van vorig jaar. Het had ‘Monster’ niets kunnen schelen een mens, een volksvertegenwoordiger, een familieman te moeten liquideren en deed het puur voor het geld.

“De rechtsorde is zeer geschokt”, hield de rechter de dunbevolkte rechtszaal voor. Enkel wat familieleden van Helmin Wiels waren komen opdagen en een paar mensen uit de kring van medeverdachte Pieter.

“De dader heeft een grote eigendunk en geen gewetenswroeging”, besloot Van Isselt, voor hij er op aandrong dat de maximumstraf ook tot de laatste dag zou worden uitgezeten. Hij sloot immers niet uit dat Kuwas weer zou moorden, zelfs al zat hij twintig jaar vast. De maatschappij moest tegen zo iemand beschermd worden.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 5

De advocaten in de Zaak Magnus mogen naar huis, het proces zit er op

De advocaten in de Zaak Magnus mogen naar huis, het proces zit er op | foto: John Samson

WILLEMSTAD – De Zaak Magnus zit er op. Dat Burney Fonseca op vrije voeten werd gesteld was de klap op de vuurpijl. Het gebeurde in de ochtend en de hele dag heb ik er mensen over gesproken. Werkelijk iedereen vond het een ramp. De familie Wiels reageerde verslagen.

Over wat er nu gaat gebeuren zijn de meningen verdeeld. De meesten denken dat de speedboot of het barkje naar Venezuela al klaarligt en dat deze vogel, na een clandestiene maar comfortabele reis, voorgoed een anonieme inwoner van Colombia wordt. De top van de internationale cocaïnehandel waardeert daar al jaren zijn netwerk. Dat draagt hij nu aan hun over en “Nini’ kan met pensioen.

Anderen denken dat hij waarschijnlijk al heel snel zal worden doodgeschoten of verongelukken. De meningen over wie daar verantwoordelijk voor zal zijn lopen uit elkaar: No Limit Soldiers die nog een rekening hebben openstaan? De opdrachtgever of de financier van de moord op Wiels die het zekere voor het onzekere neemt?

In ieder geval lijkt rechter Constantijn Van Dam van Isselt de enige te zijn die denkt dat Fonseca braaf op de gewenste afspraken zal verschijnen. In Nederland kan dat misschien afgedwongen worden. Daar is er een min of meer sluitende justitiële organisatie met voldoende personeel, hier niet.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 4

Zware bewaking bij proces met zware jongens | foto: John Samson

Zware bewaking bij proces met zware jongens | foto: John Samson

WILLEMSTAD – De foto van Damascus en Kuwas die samen stoer drie handwapens showen en die gisteren door de officier van Justitie als processtuk werd ingebracht, kwam van facebook.

Je moet daar zelf eens op gaan kijken. Er gaat een wereld voor je open. Er bestaan op Curaçao vriendenkringen, vele honderden mensen groot, met mannen en vrouwen die allemaal tot onder de oren vol getatoeëerd staan met letters en tekens die duiden op loyaliteit aan een of andere bende.

Je maakt kennis met een stoet moeders, familie in Nederland, overleden vaders, trouwende nichtjes en vakantie vierende broers. Typisch voor facebook, overal ter wereld, zijn de levenswijsheden gepost in de vorm van spreuken. Eentje is me bijgebleven : “Curaçao is where the realest niggaz come from” (sic).

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 3

Damascus en Kuwas met drie handwapens, ook genoemd koi'man.

Damascus en Kuwas met drie handwapens, ook genoemd koi’man.

WILLEMSTAD – Vandaag stonden twee handlangers terecht in de zaak Wiels: Dangelo Damascus en Carlos Pieter die, naar model van hoofdverdachte Elvis Kuwas, snoeihard ontkenden iets met de moord te maken te hebben gehad.

Een paar incidenten uit deze procesdag zetten de Curaçaose samenleving mooi in perspectief.

Damascus en Pieter hebben blijkbaar meegewerkt aan de huurmoord door Kuwas vooraf het wapen te overhandigen, valse nummerborden op de gehuurde vluchtauto te schroeven en kleding te verschaffen aan de schutter: een sportjack met een hoodie, een wit T-shirt met lange mouwen en handschoenen.

Na de moord heeft Pieter de vluchtauto helpen wassen. Damascus heeft twee weken na de aanslag Bolle omgelegd, de chauffeur van die auto, omdat ze bang waren dat hij zou gaan kleppen tegen de politie.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 2

Journalisten in afwachting van het begin van de tweede zittingsdag in de zaak Magnus

Journalisten in afwachting van het begin van de tweede zittingsdag in de zaak Magnus

WILLEMSTAD – Kuwas, het monster, komt de rechtszaal binnen gehobbeld. Met die korte ketting tussen zijn enkels blijft van zijn tred slechts een koddige loopje over, als van een soort mank konijn. Het maakt de koudste killer zielig.

Wat moet je van zo iemand denken, een huurmoordenaar die waarschijnlijk drie man voor geld heeft omgelegd, zijn vrouw bedriegt met twee andere en alleen deals maakt met god en zeker niet met de officier van Justitie?

Vandaag ter zitting bleek uit de voorlees van rechter Constantijn Van Dam van Isselt, dat Elvis “Monster” Kuwas een reumapatiënt is, vader van drie kinderen.

Lees meer..


De zaak Wiels – Rechtbankblog 1

Helmin Wiels (foto: Ken Wong)

Helmin Wiels (foto: Ken Wong)

WILLEMSTAD – Drie dingen maakten indruk op de eerste procesdag in de zaak Magnus.

De zware spanning in de rechtszaal in het halve uur voor de rechtszaak begint. De verdachten zitten er al. De rechtszaal is nagenoeg vol, maar er heerst stilte. Het is wachten op het Gerecht. Wie wat te vertellen heeft aan een buurman, doet het fluisterend. Alleen buiten klinkt even een luide stem. Het is de vrouw van een broer van Helmin die een aanvaring heeft met Marvelyne, de zus.

Een beklaagde zit met het hoofd op de borst, een andere kijkt achterom en zoekt naar iemand op de publieke tribune. Eentje bestudeert de ouderwetse kroonluchters aan het plafond. Geen berouw of reflectie.

Aan iedere kant van de zaal staan zwaar bewapende, geheel in zwart geklede agenten met kogelvrije vesten en bivakmutsen die enkel de ogen vrijlaten. Op hun borst staat met grote witte letters POLITIE. Eentje heeft een Nederlands vlaggetje bij de schouder op zijn mouw geborduurd. Op zijn rug staat in een kleinere letter: arrestatieteam van de Marechaussee. Een tweede heeft een insigne op de mouw van de Arubaanse politie. De anderen zijn totaal anoniem. De beveiliging is robuust, de sfeer is om te snijden. Misdaadverslaggever John van den Heuvel heeft het over het loodzware negatieve karma van de beklaagden.

Lees meer..


Laatste Wereldbekerblog – Conclusie

IMG_1879RIO DE JANEIRO – Het WK is mislukt waar verwacht werd dat het een succes zou worden en goed gelukt waar men vreesde voor het ergste. De Brazilianen gingen er bij de aftrap van de eerste wedstrijd gewoon van uit dat ze op het eind van de rit hun zesde wereldtitel zouden hebben binnen geharkt. De rest van de wereld dacht dat – als er al bezoekers op af zouden komen – dat die de Copa zouden bijwonen in half afgebouwde stadions, dat de voetbalhelden de wedstrijden in een zandbak zouden afwikkelen, of alleszins niet op gras en dat iedereen voor en na de wedstrijd zou overvallen worden of aangerand.

Nou, 83 percent van de buitenlandse bezoekers bleek opgetogen over het WK en uit de cijfers blijkt dat met de organisatie van het evenement economische kansen zijn gepakt met positieve gevolgen, ook politiek. Hier staan alle cijfers van de Copa op een rijtje in een leuke grafiek.

Lees meer..


Wereldbekerblog 24 – Bij elke winnaar horen verliezers

L1020583RIO DE JANEIRO – De WK-finale was een feest voor bijna iedereen. De Brazilianen hebben alvast de overwinning van de Mannschaft gevierd als ware het die van hun. Hun afgang tegen de Duitsers is amper een week oud en toch werden de winnaars van de Wereldbeker hier gevierd als lokale helden, zo opgelucht waren ze dat Argentinië de trofee niet naar huis kon nemen met een zege in het hol van de leeuw.

Na de grimmige, dagenlange provocaties van de Argentijnen, was het tijd voor wraak. De blauwwitte horde die van uit de speelsteden in Rio was aangekomen, was er zo zeker van dat ze die finale zouden winnen, dat ze met scabreuze liederen en onheus gedrag het gastland tergden tot op het bot. Tot diep in de nacht – of alleszins tot 1 uur, want zolang liep ik nog rond in Leblon – werd er door een opgeluchte, dronken Braziliaanse menigte gezongen dat Pelè beter is dan Maradonna. Spreekkoren wilden weten hoe het voelde om in Maracanã op de bek te gaan. Ze vonden ook dat Messi moest optiefen naar zijn eigen land.

Lees meer..


Wereldbekerblog 23 – BRICS succes moet WK debacle doen vergeten

Duitse vader en Argentijnse ouders: voor wie gaan zij supporteren?

WK- finale – Duitse vader en Argentijnse ouders: voor wie gaan zij supporteren?

RIO DE JANEIRO – Het wintert hier akelig. Al twee dagen plenst het onafgebroken en zo te zien wordt het niks om morgen de kleine finale te gaan kijken op het reuzenscherm op het strand van Copacabana. De temperatuur komt niet boven de twintig graden uit. Het verkeer zit de hele dag vast. Bomen vallen om, de wortels zijn los gespoeld. In de stad is een verhoogde graad van paraatheid afgekondigd in verband met het weer. Gisteren heb ik er van tien voor vier ‘s middags tot half tien ‘s avonds over gedaan om iemand op te halen op Galeão, de grote luchthaven van Rio amper dertig kilometer verderop van waar ik woon. De Cidade Maravilhoso (Prachtige Stad) heeft ook z’n kleine kantjes.

Ondertussen maken de wereldleiders zich op voor de BRICS meeting die onmiddellijk na de finale van de WK gehouden wordt in Fortaleza. Het stadsleed in Rio mag dan klein zijn, de uitstraling van Brazilië in de wereld wordt steeds groter. Samen met Rusland, India, China en Zuid-Afrika vormt dit land een blok dat indringende vragen stelt bij de macht van Europa en de Verenigde Staten. Deze keer willen ze een alternatief stichten voor de Wereldbank en het IMF, waar ze de afgelopen dertig jaar slechts nare ervaringen mee hebben gehad. Verder gaat Putin een akkoord voorstellen over het gezamenlijk coördineren van hun energievoorraad.

Lees meer..


Wereldbekerblog 22 – De beker is van Angela of Christina, niet van Dilma

Voor de finale dan toch maar naar Maracanã in plaats van bij Jóia Carioca

Voor de finale dan toch maar naar Maracanã in plaats van bij Jóia Carioca

RIO DE JANEIRO – Voor de Brazilianen is de slechtst mogelijke finale uit de bus gekomen. Hun aartsrivalen gaan voor de beker spelen tegen de ploeg die voor eeuwig deze zal zijn die ze de 7-1 heeft aangesmeerd. Gelijk welke uitslag van de pot van zondag smaakt ze nu al naar pis en azijn. Bovendien krijgen ze geheid nog eens een tweede keer op hun donder, zaterdag in de kleine finale tegen Oranje, een wedstrijd die niemand wil spelen. De les voor Brazilië: nooit meer een wereldbekertoernooi in eigen huis willen. Daar komen alleen maar brokken van.

Hoewel, een juichverhaal in de Financial Times stelt dat Brazilië eigenlijk altijd de wereldkampioenschappen voetbal zou moeten hosten. Dan is er altijd zon, zee, strand, prettige, degelijke stadions waar families met hun kinderen naartoe kunnen om voetbal te kijken, veiligheid, muziek en overal aardige mensen voor en na de wedstrijd. Kortom, het Braziliaanse WK is voor die krant een triomf.

Lees meer..


Wereldbekerblog 21 – Wie denkt dat hij de beste is, komt hem tegen.

Louis van Gaal bij RAFC - foto: John Vanden Eynde

Louis van Gaal bij RAFC – foto: John Vanden Eynde

RIO DE JANEIRO – Hoho, maar dit is niet de bedoeling! De historische nederlaag van Brazilië in Belo Horizonte was nog niet eens compleet geconsumeerd of het begon al. Bij de 5-0 ging de meute die voor het giga-scherm op het strand van Copacabana wedstrijdje stond te kijken al revolteren. Later bleek dat er in de buurt ook een overval aan de hand was en de politie schoten wisselde met de boeven, wat een groot deel van de onrust veroorzaakte. Het was het begin van geelgroen hooliganism in het hele land.

De schade aan het Braziliaanse collectieve ego is enorm. Ik had het zelfs erger verwacht, de relletjes, de brandende bussen, en de vernielingen na de 7-1, maar het is natuurlijk al erg genoeg dat een voetbalwedstrijd aanleiding geeft tot dit soort gedoe. Lees meer..


Wereldbekerblog 20 – Pek en veren

IMG_2010RIO DE JANEIRO – De reis naar Brasília en omstreken was een groot succes, behalve dan voor de voetbalwedstrijd. De Rode Duivels lieten zich door de Albicelestes in de luren leggen met hun eigen wapen: het resultaatvoetbal. Geen droommessi, maar een werkpaardje dat, door de Belgische tactiek goed te lezen, één keertje ruimte afdwong voor Di Maria die een dieptepas per ongeluk zag belanden bij Higuain die blind scoorde. Dat was de hele wedstrijd. Meer erover zou bladvulling zijn.

IMG_2002De wedstrijd ervaring was: letterlijk als enige Belgische supporter te staan in een homogeen blok van enige duizenden Argentijnen. Ik geef graag toe dat ik me bijwijlen erg geïntimideerd voelde. Ik heb 1 keer ‘Messi adios, Messi adios’ geroepen bij het begin van de wedstrijd en een golf van agressief gebrul uit mijn onmiddellijke omgeving was het antwoord. Ik was misschien zelfs een beetje blij dat ze hadden gewonnen, want ik voelde me een zwarte kat in een hok vol blauwe dobbermannen. Uit vreugde hadden die al in de pauze de toiletten gesloopt van blok 422 in het Mané Garrincha-stadion, maar bij verlies hadden ze misschien liever een levend slachtoffer onder handen genomen.

Lees meer..


Wereldbekerblog 19 – De kaartjesmafia

Sympathy for the Red Devils

Sympathy for the Red Devil

RIO DE JANEIRO – Het WK is op een punt in het toernooi aangekomen dat er gespeeld wordt door de beste ploegen, de wedstrijden het spannendst zijn en de entreekaartjes het duurst en het schaarst.

Voor wie geen kaartje heeft en toch zo’n match wil bijwonen zijn er nagenoeg geen legale opties: de site van de FIFA is ronduit waardeloos. Ik heb veel mensen gesproken die hebben geprobeerd via internet kaartjes te kopen, vaak was het niet eens gelukt om op de juiste plek van de site te komen. Om een biljet te kopen bij de officiële verkooppunten is veel geduld en geluk vereist en zelfs kamperen voor de deur geeft geen garantie op succes. Dat kweekt de ideale voedingsbodem voor fraude.

Lees meer..


Wereldbekerblog 18 – Voetbal, bier en bedrog

IMG_1985RIO DE JANEIRO – De Belgische overwinning heeft me gisteren een hele sloot bier opgeleverd. Bar Jobi in Leblon zat, behalve met het vaste Braziliaanse publiek, redelijk vol met Amerikanen. Slechts een handvol Schotten hadden zich in een willekeurig rood kledingstuk gehuld en brulden me al toe met ‘Belgium, Belgium’, toen ik amper binnenkwam.

Na de wedstrijd was ik de enige echte Belg van dienst en de Brazilianen wilden wel een biertje drinken met zo’n overweldigende winnaar. De meeste Amerikanen rekenden na de wedstrijd direct af, maar sommigen kwamen me, op weg naar de uitgang, feliciteren met de zege. Dat is dan ook wel weer zo Amerikaans. De wedstrijd werd door de lokale pers als, tot nu toe, de beste van het toernooi uitgeroepen.

Lees meer..


Wereldbekerblog 17 – Met de hulp van god en de hoeren

Foto op 01-07-14 om 11.29RIO DE JANEIRO – Je gelooft het niet, maar het is nu elf uur ‘s ochtends en de eerste supporters hebben zich al gemeld bij het Fonte Nova stadion in Salvador de Bahia voor de wedstrijd België – Verenigde Staten die pas wordt afgetrapt om vijf uur vanmiddag. Het zijn jeugdige Amerikanen die de adrenaline nu al niet meer de baas kunnen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook nerveus ben voor deze wedstrijd. Voor mijn hart is het beter dat de Rode Duivels de wedstrijd op slot gooien na de drie nul in de eerste helft. Die thrillers die in de laatste tien minuten beslecht worden slopen me.

Lees meer..


Wereldbekerblog 16 – Belgen: kom kaartjes kopen voor de finale!

Chileense supporter over Robben

Chileense supporter op Vine over Robben

RIO DE JANEIRO – Naarmate er meer ploegen uitgeschakeld worden, komen er kaartjes voor een finale wedstrijd vrij van supporters die niks meer om het WK geven omdat hun helden naar huis zijn. Ze willen er achteraan en willen van hun dure kaartjes af.

Met de opgeschroefde menukaarten en woekerprijzen voor logies die hier je nu betaalt, snap ik dat wel.

Er staan nu bij de verkooppunten van de FIFA dag en nacht mensen die hopen mee naar binnen te kunnen met iemand die zijn kaartjes wil terug verkopen aan de FIFA. Je kan immers niet zomaar van iemand een kaartje overkopen, dat moet gebeuren via het registratiesysteem van de FIFA.

Lees meer..


Wereldbekerblog 15 – Een wereld op zich, wie houdt zoiets tegen

Twee Antwerp supporters kijken in Bar Jobi in Leblon naar de wedstrijd België - Zuid Korea.

Twee Antwerp supporters kijken in Bar Jobi in Leblon naar de wedstrijd België – Zuid Korea op een groot scherm.

RIO DE JANEIRO – Maracanã is op wedstrijddagen een stad. Met tachtigduizend bezoekers plus nog een paar duizend ordehandhavers en personeel, niet eens zo’n kleintje. Ik denk dat Roeselare of Monnikendam simpeler te beheren zijn dan het mythische voetbalstadion van Rio.

Het gebouw zelf, is met winkeltjes, stalletjes, straatmeubilair, wegwijzers, eenrichtingsverkeer, verkeerspolitie (stewards), en personeel dat op fietsjes of elektrische karretjes door de gangen rijdt al een ‘urban experience’, maar met wat er op zo’n wedstrijddag gebeurt in en om het stadion, is het stadsbeeld compleet. Er is identiteitscontrole, er worden bedelaars weggejaagd er is drughandel, smokkel van drank en voedsel, illegale handel in (valse) kaartjes en er zijn uitzettingen naar het buitenland. Voor dat soort gevallen is er zelfs een aparte rechtbank.

Lees meer..


Wereldbekerblog 14 – Belgische rock in SP en de beet van Suárez gevat in pure poëzie.

th

Black Box Revelation

RIO DE JANEIRO – Om de overwinning van de Rode Duivels te vieren op de Zuid Koreanen vanavond, of ten minste om op de overgang van België naar de knock-out fase van het WK te kunnen dansen, spelen er drie Belgische bands op een groot feest dat gehouden wordt in het hartje van São Paulo, op het eind van de Rua Augusta in Beco 203. Voor wie het daar niet kent: een wereldlocatie!

Na de match worden Goose, SX en Black Box Revelation op het podium verwacht, indie bands die voor het eerst hun opwachting maken in Brazilië. In België hebben deze bands de muziekliefhebbers al lang kunnen overtuigen, maar producer Arno Mangelschots presenteert ze nu voor een Braziliaans publiek en natuurlijk ook voor de wereldwijd toegestroomde voetbalfans.

Overigens is het internationale succes van de Belgische rock en pop bij de Brazilianen niet onopgemerkt gebleven. In andere opstellingen hebben Dave Martijn en Mickael Karkousse (Goose) al met Braziliaanse artiesten opgetreden of in Brazilië gespeeld. Nu nog de Braziliaanse erkenning voor het Duivelse voetbal.

Dental poetry

De beet van Luis Suárez in de schouder van Giorgio Chiellini heeft aanleiding gegeven tot een prachtig lied waarvan ik durf te voorspellen dat het een hit wordt, nog voor het WK afgelopen is: Hey Luis Don’t Bite Me. Tekst en muziek zijn van Tom Rosenthal en het nummer is te vinden op Soundcloud.

De hele wereld heeft gezien dat hij gewoon heeft gebeten, maar onder Uruguaianen is er sprake van collectieve ontkenning, tot in het absurde toe. Zij zijn er nu van overtuigd dat het gaat om een wereldwijd complot om – met het uitsluiten van Suárez – de weg van Uruguay naar de WK titel te blokkeren. Dit is geen grap. De druk op de sanctiecommissie was groot, maar de FIFA heeft dan toch de ruggengraat gehad om die gek voor negen wedstrijden te schorsen.

WK: Weggespülte Kampf ?

Ondertussen is er slecht nieuws in verband met Duitsland – VS. Recife, waar die wedstrijd wordt gespeeld, werd vannacht en vanochtend geteisterd door wolkbreuken. De stad staat blank. Het verkeer is geheel ontwricht en het stadion is moeilijk bereikbaar voor spelers en supporters. De wedstrijd begint over een paar uur. Hoe het speelveld erbij ligt is nog niet duidelijk. De spelersbussen zwoegen zich op dit moment door het water en de verkeerschaos.

Wateroverlast is hier doorlopend nieuws. In de loop van een jaar zijn om de beurt alle regio’s van het immense land aan de beurt met overstromingen die grote schade aanrichten en meer dan vaak slachtoffers eisen. Deze tijd van het jaar is het altijd raak in het noordoosten: de deelstaten Pernambuco, Rio Grande do Norte en Ceará. Ik kan het nog steeds niet geloven, want in de tijd dat ik hier correspondent was heb ik de handen vol gehad met reportages over de verstikkende ononderbroken droogte die datzelfde noordoosten op dat moment al tientallen jaren teisterde.

Het verhaal van wateroverlast gaat nu overigens samen met het verhaal over droogte: vorig jaar is de ernstigste droogte in 50 jaar geregistreerd in Rio Grande do Norte. Het was, op twee na, de warmste plek ter wereld. De droogte en de temperaturen vastgesteld in het binnenland van Australië overtroffen alles, maar een provincie van Argentinië en Rio Grande do Norte stonden als tweede en derde op de lijst. De economische schade, met name door de vee sterfte, was aanzienlijk.

En dan nu dit, met die regen. Wie is er eigenlijk nog koppig genoeg om klimaatverandering te ontkennen?

Door Journex

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Wereldbekerblog 13 – Diefstal, schijnheiligheid en de onuitwisbare stempel van Engeland

Wie gaat deze beker stelen? - foto: Warrenski

Wie gaat deze beker stelen? – foto: Warrenski

RIO DE JANEIRO – President John Dramani Mahama van Ghana heeft de rel waar de voetballers van zijn land op aanstuurden, weten te sussen. De spelers hadden nog steeds het voor het WK beloofde geld niet op hun rekening zien verschijnen en waren van plan allerlei verplichtingen opgelegd door de FIFA te negeren, de training te staken en niet op het vliegtuig te stappen richting Brasília, waar ze donderdag tegen Portugal moeten aantreden.

De president heeft nu beloofd het geld voor te schieten als ze dan in vredesnaam toch doen wat van ze verwacht wordt. Er is een vliegtuig met cash op weg naar Brazilië, maar de Braziliaanse belastingdienst is van plan de drie miljoen dollar die aan boord zijn te confisceren.

Lees meer..


Wereldbekerblog 12 – Klein salaris, duur bier, dure voetbalschoenen en dure seks.

IMG_1918RIO DE JANEIRO – Afgelopen zondag was ik redelijk vroeg in het stadion. Ik was extra vroeg van huis gegaan, omdat ik het soort van Braziliaanse chaos verwachtte die ik nog ken uit de tijd dat ik hier woonde. Maar ook voor wat het afwikkelen van dit soort complexe operaties betreft, heeft de tijd wijsheid gebracht: het aan- en afvoeren van bijna 80.000 voetbalsupporters is vlekkeloos en voorspoedig verlopen.

Er was dus voor de wedstrijd begon, ruim de tijd om links en rechts in het stadion praatjes te maken. Ik sprak met een steward die me uitlegde dat de contracten voor de beveiliging in en om de arena’s vooral aan ex-politieofficieren is gegund die kleine bedrijfjes waren gestart met voornamelijk voormalig politiepersoneel op de loonlijst, speciaal voor het WK.

Lees meer..


Wereldbekerblog 11 – Naar de wedstrijd België- Rusland

IMG_1885RIO DE JANEIRO – Het was me wel een machtige ervaring, zo’n bezoek aan een WK wedstrijd, al was de match matig.

De metro naar Maracanã was geheel ingepalmd door Belgische supporters. Voetbalsupporters in de metro is niet zo bijzonder: in het voetbalseizoen wordt de metro elke zondag door Flamengo of Fluminense aanhangers overgenomen want die wikkelen hun thuiswedstrijden ook in Maracanã af. Maar Belgische liedjes en scabreuze Vlaamse leuzen diep onder de grond in Rio is toch wel apart. En voor deze WK dag overheerste langs de hele route rood, geel en zwart in plaats van het groen, geel en blauw van deze weken. De karige Rusland supporters in de metro bleken overigens Brazilianen met Russische shirtjes. Ik werd er aan herinnerd dat er ook Duits wordt gesproken in België, want mijn coupé zat vol met Oost-Belgische supporters.

Lees meer..


Wereldbekerblog 10 – Vernielingen en weggegooid geld

Einde dure auto

Einde dure auto

RIO DE JANEIRO – Het journaal van Globo was al begonnen. Ik zette de tv aan, midden in het eerste onderwerp. Een groep van zowat honderd jongeren, jongens en meisjes meestal gekleed in het zwart, sommige met maskers op en allemaal met de hoodie zo diep mogelijk over de ogen getrokken, vernielden live een stuk of tien auto’s bij een Mercedes-dealer in de buurt van de Marginal Pinheiros, een doorgangsweg in het westen van São Paulo. Daarna trok de posse verder richting de stad. Onderweg werden vuilniszakken in brand gestoken, straatmeubilair vernield, een stalling met ‘witte fietsen’ gesloopt (die hier overigens oranje zijn geschilderd) en werd de politie bestookt met vuurwerk en voetzoekers. Het verkeer veranderde in chaos.

Er werden door die kids geen slogans gescandeerd, geen eisen meegedragen, of geen pamfletten uitgedeeld aan de omstaanders. Er werd geen politiek bedreven, enkel schade aangericht. Aan de close-ups van handjes en gezichtjes was te zien dat het om erg jonge mensen ging.

Lees meer..


Wereldbekerblog 9 – De ene supporter is de andere niet

Mistige dageraad in Rio  foto: Marcos Estrella

Mistige dageraad in Rio

RIO DE JANEIRO – De Chilenen hebben mooi gevoetbald. Andere Chilenen hebben de perszaal van het Maracanã stadion gesloopt en konden via de journalisteningang doordringen tot het stadion waar ze onderdoken in de massa en gratis de wedstrijd hebben gezien.

Die supporters hadden hun actie goed voorbereid. Een paar deden of ze onwel waren geworden en vroegen om medische assistentie. Zo werd de bewaking weggelokt bij het hek dat de persfaciliteiten afsluit van de ruimte voor het publiek. Dat hek werd opengebroken en een Chileense stampede draafde richting de tribunes.

Lees meer..


Wereldbekerblog 8 – De ongelukkige mix van voetbal en kinderprostitutie

Oranjelegioen in Porto Alegre

Oranjelegioen in Porto Alegre

RIO DE JANEIRO – De Nederlanders hier in het land zijn steeds duidelijker zichtbaar aanwezig: de enorme stoet van het Oranjelegioen die in Porto Alegre voor de wedstrijd door de straten trok, kreeg heel veel belangstelling in de lokale pers en wekte de bewondering van de omstaanders. Brazilië en Nederland moeten qua voetbalgekte niet voor elkaar onderdoen.

De Braziliaanse commentatoren op radio en tv beginnen langzaam in de gaten te krijgen dat er ook nog andere teams meedoen met het WK dan alleen maar Neymar en zijn dienaren. Nederland en Duitsland zijn de teams die in één adem genoemd worden met de Seleção als mogelijke finalisten, maar in die finale wint Brazilië nog steeds de Copa, daar zijn ze hier nog steeds allemaal zeker van, ook na de matige vertoning van gisteren.

Lees meer..


Wereldbekerblog 7 – De “Belgicanos” spelen vandaag

Uw blogger in vol ornaat

Uw blogger in vol ornaat

RIO DE JANEIRO – België en zijn voetballers zijn hier zo onbekend dat de meeste Brazilianen niet eens weten dat in het Portugees de correcte naam van het drietalige volkje aan de Noordzee “Belgas” is. Er wordt, naar model van Americanos of Argentinos, zomaar wat verzonnen. Rode Duivels? Daar hebben ze al helemaal nooit van gehoord. Spelen die vandaag? Ja, in het voorprogramma van Brazilië tegen Mexico.

Ik heb eens op de Belgische tv een onderwerp gezien waar een presentator met foto’s van Belgische voetbalcracks in de hand de straat op ging in São Paulo. Dat ging wat beter: er werden zowaar veel spelers herkend, maar meer in relatie tot hun club, dan tot hun land. Het heeft alles te maken met de cultstatus van de individuele voetballer die hier gekoesterd wordt. Argentinië is Messi, Portugal is Christiano Ronaldo en de Seleção heeft eigenlijk maar één ster en dat is Neymar. Dat voetbal een teamsport is, lijkt van secundair belang.

Lees meer..


Wereldbekerblog 6 – Nu al meer own-goals dan op het hele WK van Zuid-Afrika, ook WK oppositie kopt bal in eigen doel

Rizza en Celso op de markt

Celso en Rizza op de markt

RIO DE JANEIRO – Rizza, de huisgenote van Celso, heeft de hele wedstrijd Argentinië – Bosnië met de computer op schoot gezeten om met een half oog de demonstratie in de gaten te houden van de anti-WK clan.

Verschillende filmende activisten zonden live-beelden uit, van de groep die op weg was naar het Maracanã station waar de wedstrijd gehouden werd. Vooral de confrontatie met de politie wilde Rizza in de gaten houden, maar het viel mee. Weinig traangas en heel veel politie. De demonstranten telden hun zegeningen toen er eentje in de hand werd geschoten. Met scherp.

Lees meer..


Wereldbekerblog 5 – Arbitrage schadelijker voor het WK dan protestdemonstraties

Nerveuze spanning in Jóia Carioca voor de wedstrijd maar slap gejuich bij de penalty

Nerveuze spanning in Jóia Carioca voor de wedstrijd maar slap gejuich bij de penalty

RIO DE JANEIRO – Brazilië-Kroatië: café-restaurant Jóia Carioca op de hoek van Rua Jardim Botánico en Rua Faro zit afgeladen vol en de spanning is te snijden. Het hele café zingt het volkslied mee en bij veel van de groengele bezoekers blijven de ogen niet droog. Voor en tijdens het begin van de wedstrijd zijn de kreten en het gebrul van sommige supporters niet van de lucht, maar na de owngoal van Fred verstomd het café geheel. De stilte van het kerkhof blijft tot bij het eerste doelpunt van Neymar. Dan volgt er een ontlading waarbij het dak eraf gaat. Bij de penalty die Neymar omzet in goal op de meest lullige wijze juicht het café half slap. Niemand zal toegeven dat de overwinning op het eind wel erg geflatteerd is, maar de bezoekers van Jóia Carioca liegen niet met hun voeten: tijdens de rust loop het café half leeg en dat blijft zo. Op zo’n flutoverwinning hadden ze niet gerekend.

Na de wedstrijd kregen ze nog beter in de gaten dat ze gematst waren door de Japanse scheidsrechter Nishimura. Behalve de internationale kenners waren alle lokale commentatoren waren het roerend eens dat de penalty wel erg licht gegeven werd en dat de fameuze Seleção niet haar beste partij had gespeeld.

Maar ja, de vreugde over de 3-1 overwinning overheerste toch en het hele land is nu nog meer in een juichstemming dan het al was. Ondanks de glijpartijen van Neymar wordt de sterspeler van het team nog verder opgehemeld als een soort nationale redder of meer nog, een heilige, nu hij in de eerste wedstrijd twee keer heeft gescoord.

Lees meer..


Wereldbekerblog 4 – Anti-WK-demonstranten moeten het afleggen tegen voetbalgeweld: Roodzwart verliest van Geelgroen

RIO DE JANEIRO – “De winsten zijn voor de privéondernemers en de kosten zijn voor de belastingbetalers” zegt Daniela Ourofina. De belastingbetaler heeft opgedraaid voor de miljarden die aan de ‘Copa’ zijn gespendeerd en nu worden de stadions allemaal door privébedrijven geëxploiteerd.” Daniela is een van de vijfhonderd studenten die vanochtend door de Avenida Rio Branco zijn getrokken in protest tegen het WK. Zoals zo vaak over de hele wereld en in alle tijden hebben de studenten gelijk, maar krijgen ze het niet. Het groepje was te klein, te heterogeen en te ongeorganiseerd om ook maar het kleinste deukje in het groot pak boter van het WK te slaan.

“We willen eigenlijk de rest van de wereld waarschuwen”, zegt Daniela, “om niet in de val van de FIFA te trappen en veel te veel gemeenschapsgeld uit te geven en dat de sociale kosten voor zo’n mega gebeurtenis veel te hoog zijn.” Ik hoop dat Poetin dit heeft gehoord.

Lees meer..


Wereldbekerblog 3 – Voorpret is goed, maar anticiperen is beter

'Batman' kaapt een protest van leraren - Foto: Celso Maldos

‘Batman’ kaapt lerarenprotest – Foto: Celso Maldos

RIO DE JANEIRO – “We moeten wat voorraad inslaan voor de komende dagen”, zegt Celso. Hij wil problematische aanvoer van voedsel en drank voorblijven. “Morgen begint het WK en wie weet wat er allemaal gaat gebeuren.” Hij vreest niet zozeer rellen, wel grote supportersbewegingen die de dagelijkse routine zouden kunnen verstoren.

Ik denk dat het gaat meevallen: de opening van WK is in São Paulo en de enige supportersbewegingen die ik hier in Rio zie zijn de clans uit het buitenland die in groepjes door de stad schuimen in het tricot van hun land. Veel Kroaten, Mexicanen, Spanjaarden en hier en daar wat Argentijnen. Alles vredig en half aangeschoten. Een Nederlandse horeca ondernemer die op uitnodiging van Heineken naar de wedstrijd tegen Spanje mag en door die brouwer wordt gefêteerd met een weekje Rio vooraf, had het gisteravond met mij nog over de vreugde dat het hier één grote voetbalfamilie is. Hij genoot ervan. Oranje zag hij wel graag winnen, maar het hoefde niet eens, de sfeer was al genoeg om van te genieten.

Lees meer..


Wereldbekerblog 2 – Wat een immense druk op elf Braziliaanse voetballers

Verkeersinfarct in São Paulo - Foto: Mídia NINJA

Verkeersinfarct in São Paulo – Foto: Mídia NINJA

RIO DE JANEIRO – Gisteravond zat ik met mijn Texelse boezemvriend Herman nog een caipirinha te drinken bij een strandtentje tegenover Hotel Olinda op Copacabana. Hij is met zijn kinderen vanmiddag doorgereisd naar Salvador de Bahia: ze gaan naar de wedstrijd Spanje-Nederland. Herman is fervent Oranje fan en heeft zijn kinderen en zichzelf getrakteerd op een vakantie in Brazilië zodra hij wist dat hij ingeloot was voor WK-kaartjes. Bezoek aan Rio, aan Salvador en aan Fortaleza, daarna zie ik hem weer in Rio voor de finale.

Je moet er toch niet aan denken dat het plezier van een half miljoen buitenlandse voetbalsupporters zoals Herman wordt gesmoord in traangas en waterkanonnen! Ze hebben vaak jaren gespaard om bij dit Braziliaanse voetbalfeest te zijn.

Lees meer..


Wereldbekerblog 1 – De woede van de ‘fuck FIFA’ demonstranten is overgesprongen op Louis van Gaal

Poster van Celso

Poster van Celso

RIO DE JANEIRO – Mijn vriend Celso en ik zitten een portie bacalhau balletjes weg te werken met een biertje in bar-restaurant Jóia Carioca in Botafogo. Op de nieuwe televisies opgehangen in elke hoek van de uitspanning komen de spelers van Mexico aan in hun trainingskamp. De bus wordt omringd door vele honderden uitzinnige supporters die de toekomstige tegenstander in de groepsfase verwelkomen met joelen en zingen en de bus proberen te jonassen. Andere voetballiefhebbers leggen de enthousiaste scene vast op hun smart Phone.

 

“Dit maakt wel een eind aan de anti-wereldcup protesten”, zegt Celso met de glimlach. Ik weet dat hij zich ergerde aan de activisten die van het WK wilden profiteren om president Dilma Roesseff onderuit te halen. Hij had in maart op zijn facebook pagina een poster geplaatst waarin met grote witte letters op een rode achtergrond de lezer werd uitgedaagd om het land te noemen waar in de afgelopen elf jaar 20 miljoen banen zijn gecreëerd, 32 miljoen mensen uit de armoe zijn getrokken en 46 miljoen mensen zijn doorgestroomd van de onderklasse naar de middenklasse. Met dat land wordt Brazilië bedoeld.

Lees meer..



De ‘roots’ van het Nederlandse honkbalsucces

‘In de jaren vijftig en zestig was voetbal op Curaçao de populairste volkssport’, vertelt Alvin “Fichi” Fléming, ‘maar dat veranderde in het begin van de zeventiger jaren met de promotie naar de hoofdklasse van de Blue Hawks, een ploeg die voor het merendeel werd bevolkt door de jeugd van Otrabanda. Toen werd honkbal hier de grootste sport.’ Lees meer..


Schotte gaat met boodschap van onafhankelijkheid naar Nederland

Premier Gerrit Schotte gaat de eerste stappen van Curaçao op weg naar onafhankelijkheid aankondigen. Die nieuwe visie op de verhouding tussen het Caribische eiland en Nederland gaat hij presenteren op de Koninkrijksconferentie van 14 december in Den Haag. Dan zitten de delegaties van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland samen aan tafel om over het Koninkrijk te spreken. Het thema is dit jaar ‘buitenlands beleid’. Lees meer..


Grof misbruik van uitzendarbeid

Wawoe Tisaine is al bijna tien jaar caissière bij het Curaçaose waterleiding- en elektriciteitsbedrijf Aqualectra. Ze int de rekeningen van de klanten van het overheidsbedrijf. Per werkdag gaat er gemiddeld 20 duizend euro door haar handen. Ondanks de verantwoordelijkheid voor zoveel geld is ze niet in vaste dienst bij Aqualectra. Tisaine wordt door een ander bedrijf op contractbasis aan Aqualectra uitverhuurd.

De wet schrijft voor dat een arbeidskracht maximaal een jaar extern kan worden ingehuurd voor het doen van een bepaalde taak. Als het langer duurt, moet dat in vast dienstverband.

Tisaine wilde ook altijd liever in vaste dienst bij Aqualectra. Dat is beter betaald, er zijn voor vaste medewerkers gunstige secundaire arbeidsvoorwaarden en een bedrijfspensioen. Ze solliciteerde op haar eigen baan, benaderde personeelszaken, sprak de directeur er op aan, schakelde de wetswinkel in, praatte met een verantwoordelijk minister en zelfs met de voorzitter van de Staten. Het hielp allemaal niets.

Op Curaçao ontstond grote ophef over dit soort toestanden toen oud-vakbondsleider en gepensioneerd politicus Errol Cova zich het lot aantrok van de caissières bij Aqualectra.

Hij belegde een vergadering voor de uitzendkrachten en contractwerkers van Aqualectra. Er kwamen er vijftig opdagen. Na nauwkeurige inventarisatie bleken meer dan 250 mensen onterecht in een uitzendpositie te zitten. ‘Op alle afdelingen van dit overheidsbedrijf bleken al tientallen jaren uitzendkrachten het normale werk doen. Kampioen was een technisch medewerker die 31 jaar een vaste baan werd onthouden. Nu is hij net met pensioen en krijgt enkel AOW’, vertelt Cova.

De directie van Aqualectra is op non-actief gesteld, maar na tussenkomst van Cova beloofde de waarnemer dat de vaste contracten voor de caissières nog in december rond zouden komen. Het betekende een enorme omslag.

Door de actie bij Aqualectra stonden plots uitzendkrachten van alle overheidsbedrijven op de stoep bij Cova. ‘Ik kwam er achter dat bij alle overheidsbedrijven grof misbruik gemaakt wordt van uitzendkrachten en contractanten’, zegt hij. ‘Als je er de privébedrijven bij neemt die zich niet aan de arbeidswetgeving houden, kom je waarschijnlijk op iets van tienduizend mensen die eigenlijk in vaste dienst hadden moeten zijn.’ Op een in dienstverband werkende bevolking van 56.600 personen zou dat enorm zijn.

De directeur van het bedrijf dat het kassapersoneel verhuurde aan Aqualectra benadrukt dat contractant iets anders is dan uitzendkracht. ‘Beveiliging, schoonmaak of IT wordt vaak op contractbasis aan bedrijven geleverd’, zo zegt hij, ‘en het leveren van het kassapersoneel aan Aqualectra moet op die manier gezien worden.’

‘Onzin’, zegt Cova, ‘detachering, contractarbeid, uitbesteding, je mag het noemen zoals je wil, in alle gevallen worden de betreffende personen uitgeknepen.’ Cova wijst naar de ware boosdoener: de overheid heeft jarenlang de wet niet naar behoren ingevuld en toegepast.

Premier Gerrit Schotte heeft nu in een brief aan de directies van alle overheidsvennootschappen en -stichtingen laten weten dat hij van ze verwacht dat de arbeidswetgeving strikt wordt nageleefd voor wat betreft uitzendarbeid. Hij benadrukt de sociaal maatschappelijke rol die overheidsbedrijven moeten vervullen.

De gedeputeerde van Sociale Zaken en politiek verantwoordelijk voor overheidsbedrijf Aqualectra uit de vorige regering reageerde in de krant: de schuld voor de wantoestanden lag bij de uitzendkrachten zelf. Die zouden er de voorkeur aan geven bij een uitzendbureau in dienst te zijn en de vakbonden hadden het ook maar eerder voor de uitzendkrachten moeten opnemen.

Jesus Hooi, een pijpfitter die nu 23 jaar aan het lijntje wordt gehouden voor een vaste baan bij Aqualectra, verslikt zich als hij dat hoort. ‘We mochten niet bij de bond, omdat we niet in vaste dienst waren bij Aqualectra.’

Op zijn afdeling zitten tien mensen in vaste dienst en veertig werken als uitzendkracht. ‘We kregen soms van onze supervisor de raad dat we moesten solliciteren op onze eigen functie, maar al die keren dat ik dat heb gedaan, heb ik nooit wat terug gehoord. Het zou Aqualectra zoveel loonkosten hebben gescheeld dat je het in de kilowattuurprijs had kunnen merken.’ Dat de wantoestand zo lang en zo hardnekkig voortduurt wijt hij aan corruptie.

De directeur van het uitzend- en contractingbureau bevestigt dat ‘zijn’ caissières nu in december in principe in dienst komen van Aqualectra. Hij vindt dat het beëindigen van de mogelijkheid tot uitbesteding, waarvoor nu door Cova actie wordt gevoerd, tegen een wereldwijde trend ingaat en dat het de nekslag betekent voor de flexibiliteit op de lokale arbeidsmarkt.


Sinterklaas’ extra Zwarte Pieten hebben lol in Willemstad

De Sinterklaasliedjes in het Papiaments schallen om acht uur ‘s ochtends al over het Brionplein. De tribunes die er opgetrokken zijn zitten al half vol. Veel moeders beschermen hun kroost onder een parasolletje want het is warm in de blakende zon en Sinterklaas komt pas om negen uur aan in Otrobanda, het centrum van Willemstad.

De politie die op de been is om er op toe te zien dat alles in goede banen loopt, heeft geen speciale consignes gekregen. “Als er iets van anti racistisch protest verwacht werd, hadden we dat wel geweten”, zegt een van de agenten. Ze hebben het, vóór de Sint eindelijk de St. Annabaai invaart, het vooral druk met het wegwuiven van foutparkeerders.

Solange Sillie van de ‘Fundashon Pa Nos Muchanan’ (Stichting Voor Onze Kinderen) die de feestelijke intocht van Sinterklaas nu voor de zesde keer organiseert, is in de wolken met de grote opkomst.

Het publiek bestaat geheel uit Curaçaose ouders met hun kinderen. Je zou zeggen, het is een feest voor de Hollandse mama’s en papa’s met hun kindjes op het eiland. Die zijn er ook wel, maar vallen niet speciaal op tussen het veelkleurige publiek.

“Deze intocht wordt ontzettend gewaardeerd door de ouders en de kinderen, het is in korte tijd uitgegroeid tot een groot feest.”, zegt Solange.

Daarin heeft ze volkomen gelijk. Niet alleen de doelgroep is present, maar zoals bij alle grote Curaçaose volksfeesten is de tienerjeugd in grote getale aanwezig; de meisjes in de laatste zomermode, de jongens stoer op jacht. Overal staan de onontbeerlijke eetstalletjes. Sommige vaders hebben al een biertje in de vuist.

Heeft ze wel gehoord van het incident in Dordrecht waar anti-Piet activisten nogal bruut door de politie werden aangepakt? Jawel, maar ze verwacht in Willemstad geen protest. “Misschien zijn we hier nog niet zover”, zegt ze ironisch.

Groot gejuich en plezier onder het toegestroomde publiek als Sinterklaas eindelijk aan wal is.

De goedheiligman stijgt achterin een witte Ford Mustang cabriolet, naast hem een zwaaiende premier Gerrit Schotte. Op de voorbank naast de chauffeur zit een Zwarte Piet.

Achter de Mustang lopen de overige paar dozijn Zwarte Pieten die steeds wilder samba dansen op het opzwepende ritme van de carnavalsdrumband. Vorig jaar bestond die band ook nog uit Pieten, maar dit jaar draagt de ritmesectie van Sinterklaas de T-shirts van de sponsor.

Moeders tillen de allerkleinsten op. De grotere kinderen komen nog niet boven de dranghekken uit en steken hun handen door de spijlen, reikend naar de Pieten voor snoep.

Barbara, een Curaçaose van een jaar of dertig, heeft vrolijk uitdagend een leuk rood mijtertje spottend schuin in d’r haar gewerkt en een korte Klaascape om de schouders. Haar twee zoontjes, nog in de gelovende leeftijd, zien er geweldig uit in hun satijnen Piet pakjes. Hoe legt ze dat haar gekleurde kinderen uit, van die Zwarte Piet?

“Nou, de Pieten zijn extra zwart van het roet omdat ze door de schoorsteen moeten kruipen om cadeautjes te geven aan de kinderen in de koude landen. Maar als ze hier klaar zijn, dan kunnen ze zich flink schrobben en dan zien ze er weer normaal uit.”

Wie goed naar de Zwarte Pieten kijkt, begrijpt het meteen. Het zijn extra zwart geschminkte Curaçaoënaars, die als ze zich wassen, er inderdaad weer gewoon gekleurd uitzien als iedereen.

Dat is niet het enige verschil met de Pieten in Nederland. Op Curaçao zijn het de aanstichters van het feest. Het zijn geen half achterlijke Uncle Tom zwarten, maar dynamische jonge dansers en acrobaten die zich meer als rolmodel aandienen dan als bangmaker of dociele knecht. Die ouwe witte man met die scheve mijter knapt zijn klusje op en de Pieten het hunne. En een lol dat ze hebben.

Als het feest op het Brionplein bijna ten einde loopt breekt er een wolk boven Otrobanda. De parasolletjes doen nu dienst als paraplu. De meeste kinderen en hun ouders zijn al snel doorweekt tot op de huid. Ze vluchten naar hun auto’s.

Sinterklaas is op Curaçao aangekomen. Over de dertig jolige Zwarte Pieten die samen met hem van de sleepboot Orca VI aan de wal kwamen, is geen onvertogen woord gevallen.

Of wacht; aan de overkant van de St. Annabaai, nog amper leesbaar vanaf het Brionplein, hangt aan een muur in Punda één spandoek. Zonder activisten. Niemand slaat de door wind en regen omgeklapte punt weer om, zodat wat er op staat weer leesbaar wordt: “Sinterklaasfeest is racisme”.


Koninklijk gezelschap wordt koel ontvangen op Curaçao

WILLEMSTAD – Het gevreesde protest bij het bezoek van Koningin Beatrix aan Curaçao mocht geen naam hebben, maar de belangstelling van de Curaçaoënaars evenmin.

Voor de plechtige ontvangst van de majesteit door gouverneur Frits Goedgedrag in Fort Amsterdam en de aansluitende foto met premier Gerrit Schotte waren er schoolkinderen gemobiliseerd, maar de bevolking die vijf jaar geleden nog het hele binnenplein van het fort vulde was – op een paar tientallen belangstellenden na – weggebleven.

Even later, bij de Curaçaose Staten, stond amper een dozijn leden van de nationalistische partij Pueblo Soberano de koningin en haar gevolg op te wachten. Het was een zeer heterogeen protest; er werden bordjes opgehouden met zowel teksten tegen de gewraakte Wet Personenverkeer die de migratie van Curaçaoënaars naar Nederland moet inperken, als tegen de Bilderbergconferentie.

Vóór het bezoek was er nog geopperd dat de koningin het bezoek aan Curaçao maar moest schrappen omdat de politieke polarisatie op het eiland zo groot was geworden, dat rellen niet te voorkomen zouden zijn.

Op de avond vóór het bezoek van koningin Beatrix
had de oppositie in Willemstad ruim duizend mensen op de been weten te brengen voor demonstratie tegen de regering Schotte. In die regering participeert ook Pueblo Soberano. Op de demonstratie drongen verschillende sprekers aan op onderzoek naar de integriteit van sommige ministers uit het kabinet.
Een journalist van de lokale televisie dacht dat het gebrek aan belangstelling voor het koninklijk bezoek te wijten was aan het ‘Wielseffect’. Helmin Wiels is de leider van Pueblo Soberano en de meest zichtbare volksvertegenwoordiger van het eiland. Hij bepleit de Curaçaose onafhankelijkheid.

Van tevoren had Wiels gezegd dat hij in de Staten de hand van de koningin niet zou schudden. Door zijn invloed zouden veel mensen weggebleven zijn.

De meeste aanwezigen op het plein gaven echter als nuchtere verklaring voor de geringe opkomst dat dinsdag voor iedereen een gewone werkdag is. In ieder geval is het een breuk met het verleden toen voor iedereen op Curaçao elk koninklijk bezoek een niet te missen hoogdag was.

Wiels kwam inderdaad niet opdagen in de Staten voor het bezoek van het koninklijk gezelschap, maar PS-partijvoorzitter Cijntje probeerde de koningin het manifest aan te bieden waarin de partij op 2 juli van dit jaar had beschreven hoe ze de onafhankelijkheid van Curaçao wil bewerkstelligen. De majesteit nam het manifest niet aan. Ze wees naar minister Donner van Koninkrijksrelaties die het document daarna kreeg overhandigd.

Nederland racistisch, Mauro wel welkom op Curaçao

De Curaçaose Statenvoorzitter Ivar Asjes en volksvertegenwoordiger Helmin Wiels, beide van Pueblo Soberano (PS), hebben aangeboden de Angolese Mauro Manuel op Curaçao toe te laten als Nederland hem uitzet.

Asjes heeft al aan de lokale minister van Justitie Kadè Wilsoe – eveneens PS – gevraagd alles in orde te maken voor het geval dat Mauro en zijn pleeggezin op het aanbod willen in gaan.

De PS kopstukken vinden dat het met de Mauro kwestie duidelijk is geworden “dat Nederland een racistisch land is geworden”.

“Wij willen aan de hele wereld duidelijk maken dat er in het koninkrijk ook landen zijn, die niet racistisch zijn”, zegt Asjes. Wiels ziet in de Mauro-zaak een kans om “Nederland een les te leren in humaniteit.”

Volgens het Curaçaose ministerie van Justitie is het juridisch mogelijk asielzoekers die in Nederland uitgeprocedeerd zijn in Curaçao toe te laten. Het eiland heeft haar eigen “Landsverordening Toelating en Uitzetting” die onafhankelijk van Nederland wordt toegepast.

Het is op Curaçao de minister van Justitie die uiteindelijk bepaalt of iemand wordt toegelaten of afgewezen.


Koningin Beatrix bezoekt Bonaire en krijgt protestbrief aangeboden

KRALENDIJK – “Rot op, de slaventijd is voorbij!” Het was niet tegen haar persoonlijk bedoeld, maar dat was wel de tekst die de majesteit te zien kreeg toen ze zondagavond aankwam op Bonaire. Officieel was de visite van koningin Beatrix en de rest van het koninklijk gezelschap dan nog niet eens begonnen. Enkele tientallen demonstranten tegen de Nederlandse bemoeienis met het eiland hadden postgevat bij de uitgang van Flamingo Airport en de toon voor het koninklijk bezoek aan de kersverse “speciale gemeente van Nederland was meteen gezet.

Het protest kwam gisterochtend pas echt op dreef bij de officiële verwelkoming voor de deur van het Pasanggrahan gebouw, de zetel van de Eilandsraad, in het hartje van Kralendijk. Toen het koninklijk gezelschap de auto uitstapte stonden enige tientallen Oranjeklanten te zwaaien met Nederlandse vlaggetjes, maar tegen de tijd dat de koningin al vriendelijk wuivend tot bij de poort van het gebouw was gewandeld, stond er net zo veel volk te demonstreren met teksten als “Wij zijn boos” en “Wij willen een referendum”.

“We voelen ons in het nauw gedreven en we willen onze stem laten horen”, zegt Cedric Soleana, leider van de protestactie. In naam van “Hende Preocupá” (Bezorgde Mensen) mag hij de koningin een petitie aanbieden. “U begrijpt dat mijn positie een andere is, u moet bij de minister zijn”, legt de majesteit hem uit, “maar ik zal zeker aandacht besteden aan uw grieven. Het hoort erbij dat er klachten zijn en dat misschien niet alles even vlot verloopt, maar samen komen we een heel eind. Ik ben blij dat u met waardigheid uw stem laat horen.” Beatrix schudt Soleana’s hand. “Ik hoop bij mijn volgende bezoek met u persoonlijk de verbeteringen te kunnen bespreken”, voegt Prins Willem-Alexander er nog aan toe. Als koningin met haar gevolg al doorlopen naar de auto, neemt ook minister Donner van Koninkrijksrelaties een kopie van de petitie in ontvangst met de belofte er goed naar te kijken en er persoonlijk op te reageren. “De koningin heeft haar moederhart getoond,” zegt Soleana als hij zijn taak heeft verricht. Hij is van plan om iedereen aan zijn belofte te houden.

Bonaire moest het grote voorbeeld worden van hoe de kleine eilanden van de Antillen als onderdeel van Nederland zouden floreren, maar de nieuwe staatkundige positie als “speciale gemeente van Nederland” is niet goed voorbereid en is te bruusk en met te weinig begrip voor de lokale gevoeligheden doorgevoerd.

De aansturing gebeurt door Den Haag, veel te ver weg van Kralendijk, niet alleen qua afstand, maar in alle opzichten. De vraag die men zich nu hardop stelt is of de gekozen formule wel de juiste is. De actievoerders willen na een jaar van hoge belastingen, gestegen levensduurte en slecht nagekomen beloften van betere zorg een referendum waarin de bevolking zich zou moeten uitspreken over een minder strakke associatie met Nederland of zelfs onafhankelijkheid.

“Als dit eiland moest onafhankelijk worden, dan zakt het zorgniveau gelijk met 50 procent”, zegt Bert van Dijck. Hij is in 2009 samen met zijn vrouw naar Bonaire gekomen. Zij is van nabij betrokken bij de staatkundige ontwikkelingen van het laatste anderhalve jaar en hij verdedigt de Nederlandse aanpak. “Het is zeker niet het hele volk dat ontevreden is”, zo relativeert hij het protest, “en over wat de consequenties zouden zijn van een losse associatie of van onafhankelijkheid is al helemaal niet nagedacht door deze mensen”.

Als het koninklijk gezelschap al lang is vertrokken is staan op het plein groepjes van voor- en tegenstanders van de huidige status nog lang druk te discussiëren.

Het koninklijk bezoek aan alle eilanden van de Nederlandse Cariben is op het eind van vorige week in Aruba begonnen en verliep in een positievere sfeer, ondanks dat er ook daar enige demonstranten waren komen opdagen die zich afzetten tegen Nederlandse bemoeienis. Vanmiddag (Nederlandse tijd) bezoeken Koningin Beatrix, prins Willem-Alexander en prinses Máxima Curaçao.

De verwachting is dat daar ten overstaan van het koninklijk gezelschap ook veel van de lokale onvrede zal worden geuit, door zowel voorstanders van Curaçaose onafhankelijkheid als van de tegenstanders van de huidige regering die op meer Nederlandse interventie aandringen.


Interview Helmin Wiels: “Curaçao moet onafhankelijk worden”

Helmin Wiels (foto: Ken Wong)

“Het lijkt de laatste decennia niet meer gepast te zijn om het over de onafhankelijkheid van Curaçao te hebben, maar het is na 377 jaar koloniale overheersing onderhand wel eens het moment om daarover te praten. Er zijn in de wereld 194 onafhankelijke landen en er zijn er nog een dertigtal die dat niet zijn. Daar is Curaçao een van. Ook de Verenigde Naties staan op het standpunt dat die laatste volkeren hun onafhankelijkheid verdienen.”

Dat is de positie van Helmin Wiels (52), leider van Pueblo Soberano (Soeverein Volk), na forse verkiezingswinst in 2010 de derde grootste partij van Curaçao, met 4 zetels op 21 vertegenwoordigd in de Staten en coalitiepartner in de huidige regering. In de peilingen lijkt de aanhang van PS nog verder te groeien.

Wiels is de politiek ingegaan, omdat hij het als maatschappelijk werker beu was beleidsnota’s te schrijven voor nagenoeg alle politieke partijen die er vervolgens niks mee deden. Volgens hem is er op Curaçao voldoende geld om voor iedereen te zorgen. Het is alleen ongelijk verdeeld en er heerst corruptie, dat moet ophouden.

Wiels wordt door menigeen die zich comfortabel voelt onder de Nederlandse paraplu gevreesd en afgeschilderd als de grote boeman van de Curaçaose politiek.

Hij brengt zijn boodschap rauw en ongezouten, velen vinden hem onbehouwen of bot, maar hij dwingt ook onverbiddelijk integriteit af van het politieke personeel dat zijn partij levert aan de huidige coalitie: 3 ministers werden reeds door hem van hun post afgehaald wegens incompetentie, machtsmisbruik of vermoeden van corruptie.

Zijn kiezerspubliek bestaat voornamelijk uit de arme, laag opgeleide en minder goed gesitueerde autochtone Curaçaoënaars, uit oudere nationalisten en uit intellectuelen van links.

Is Curaçao niet te kleinschalig om als onafhankelijk land te kunnen bestaan?

“In onze regio zijn er onafhankelijke landen die qua oppervlakte of qua aantal inwoners kleiner zijn dan Curaçao. Kleinschaligheid is geen argument om de onafhankelijkheid niet te willen.”

De Curaçaose gemeenschap zou te klein zijn om goed bestuur te kunnen waarborgen?

“Corruptie of slecht bestuur heeft niets met kleinschaligheid te maken, maar met menselijk gedrag. Hebberigheid en het gebrek aan voldoende regels zijn de oorzaak van vriendjespolitiek of van corruptie.”

“Kijk naar de Verenigde Staten. De banken hebben daar alle beperkingen waaraan ze onderhevig waren weggelobbyd en konden ongehinderd door regelgeving hun gang gaan en graaien, met de huidige crisis tot gevolg. In Europa gaat volgens de Europese Commissie 120 miljard euro per jaar verloren aan corruptie. Dat komt toch niet door de kleinschaligheid, zou ik zeggen.”

Hoe gaat u er in een onafhankelijk Curaçao voor zorgen dat corruptie of slecht bestuur niet meer voorkomt?

“Corruptie is een virus dat met krachtige middelen moet bestreden worden, want het ondermijnt de democratie.
Corruptie is immers erg dynamisch; zonder een adequate staatsregeling, zonder moderne wetgeving en zonder deugdelijke controle op de democratische instellingen, maakt de gelegenheid de dief. Bestuurders moeten met strenge wetgeving in het gareel gehouden worden.”

Wat is volgens u de verklaring voor het slecht bestuur van de afgelopen jaren op Curaçao, zelfs onder het toeziend oog van Nederland?

“Slecht bestuur moet nog maar bewezen worden. Ik zou eerder willen zegen dat de middelen van de gemeenschap de laatste 20 jaar zijn verkwanseld aan megaprojecten die niets of weinig hebben opgeleverd. De grote bankiers en de grote ontwikkelaars hebben niet hun eigen geld, maar gemeenschapsgeld geïnvesteerd in projecten die roemloos ten onder zijn gegaan zoals het Sonesta-project van 100 miljoen gulden of het WTC-project van 30 miljoen.”

“De grote accountantsbureaus zoals KPMG, Deloitte, Price Waterhouse en Ernst & Young hebben jarenlang jaarrekeningen goedgekeurd van overheidsbedrijven die er steeds slechter voorstonden en dat heeft nu geleid tot een debacle. Ik pleit voor veel strengere wetgeving die het onmogelijk maakt dat dezelfde vriendjes elkaar steeds weer de bal toespelen.”

“De bankiers, de ontwikkelaars, de accountantsbureaus, dat zijn wel de partijen die elkaar ontmoeten in het Oranje Comité en fundraisingbijeenkomsten organiseren om cadeaus te kopen voor leden van het Koninklijk Huis.”

Ziet u nog een rol weggelegd voor Nederland in een onafhankelijk Curaçao?

“Nederland moet de VN-resolutie 1514 (over het recht op onafhankelijkheid van gekoloniseerde landen en volkeren) eerbiedigen en vervolgens ook art.73 van het VN-charter waarmaken (over de verplichtingen van landen die een niet-onafhankelijk volk of -land onder hun hoede hebben). Het zal ons beter uitkomen met het koninkrijk te onderhandelen in de hoedanigheid van soeverein land, dan als kolonie.”


Interview met Oberon Nauta: “Nederland moet ingrijpen”

Oberon Nauta (foto: Duco de Vries)

“Nederland is altijd terughoudend geweest in te grijpen in het lokale bestuur van de Caribische rijksdelen uit angst de koloniale kaart toegespeeld te krijgen. De tijd is rijp dat zij deze kaart overtroeft met het argument dat zij niet alleen de volksoevereiniteit heeft te eerbiedigen maar ook eindverantwoordelijk is voor het waarborgen van goed bestuur in de West.”

Dit is de conclusie van Oberon Nauta (37) in zijn proefschrift “Goed bestuur in de West” dat hij afgelopen zomer verdedigde aan de Universiteit van Utrecht. Nauta studeerde in 1999 ook al af op het onderwerp “Openbaar bestuur in de Caribische rijksdelen” aan de Universiteit van Amsterdam.

Hij verbleef aan en af op de toenmalige Nederlandse Antillen en werd getroffen door de soms schrijnende omstandigheden. Het was zijn overtuiging dat de kwaliteit van het bestuur daar in sterke mate mede debet aan was.

In 2006 en 2007, in de aanloop naar de staatkundige veranderingen die hun beslag kregen in oktober 2010, deed hij onderzoek naar het staats- en bestuursrecht in het Caribisch gebied in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

In dat rapport deed hij de aanbeveling het institutionele stelsel van de eilanden meer te enten op dat van de Cariben van het Britse Gemenebest, maar een oproep tot ingrijpen stond er niet in.

Toen op 10-10-10 de kans niet werd benut de institutionele structuur van Curaçao en St. Maarten waterdicht te maken, deed hij die oproep in zijn proefschrift. Hij denkt dat het huidige bestuurssysteem voor problemen zal blijven zorgen.

Zijn grote wens is dat de eilanden zelf tot het inzicht komen dat een Staatsregeling, geschreven met Nederlandse inkt, niet werkt in de Cariben en dat zij vanuit dat besef hun grondwet zelf herzien.

Wat zijn uw voornaamste argumenten?

“Door de kleinschaligheid van de samenleving is het moeilijk om kwalitatief goede bestuurders te vinden, terwijl de taken van de overheid vergelijkbaar zijn met die van het bestuur van Nederland. Personen krijgen ambtelijke posities die hen, gezien hun opleiding of ervaring, normaal nooit zouden toevallen. De kleinschaligheid zorgt bovendien voor een overlap tussen het politieke en sociale: een bestuurder moet zich niet alleen politiek verantwoorden, maar moet ook vrienden en familie tevreden stellen.”

“Problematischer nog voor de kwaliteit van het openbaar bestuur is dat politici overheidsdiensten inzetten als ruilmiddel voor stemmen bij de volgende verkiezingen. Door de armoede zijn mensen afhankelijk van deze steun en groeit de afhankelijkheid van de politicus of zijn partij. Van democratische idealen kopen ze geen brood, maar van een persoonlijke relatie met een politicus worden ze ogenschijnlijk wel beter.”

“Dit systeem dient de politicus en op het eerste gezicht ook sommige kiezers, maar het heeft niets te maken met goed bestuur. Het staat de gezonde ontwikkeling in de toekomst in de weg omdat men met dit systeem niet kan – en vaak ook niet wil – ontsnappen aan cliëntelisme, nepotisme, vriendjespolitiek of zelfs regelrechte corruptie.”

Aan de kleinschaligheid kunnen die eilanden niet ontsnappen, maken ze dan nooit kans op autonomie, laat staan onafhankelijkheid?

“Jawel, maar nog niet nu. De politiek zal deze vicieuze cirkel waarin kiezers en politici elkaar gevangen houden, nooit op eigen kracht kunnen doorbreken.”

“Politici die een onpersoonlijke boodschap van bestuurlijke integriteit uitdragen zullen nooit een meerderheid in de Staten verwerven. De noden van de kiezers zijn simpelweg te groot en politici bestendigen hun macht omdat ze binnen het staatsbestel de mogelijkheid hebben banen of subsidies te verdelen. Dat leidt automatisch tot slecht bestuur want de persoon die op deze manier de baan of de subsidie krijgt, is niet noodzakelijk de beste voor de job. Eigenlijk zelfs per definitie niet.”

“Deze patstelling valt de kiezers noch de politiek te verwijten,
maar als je op de lange termijn gezonde sociaal economische ontwikkeling voor iedereen wil realiseren, moet er nu ingeleverd worden op autonomie. Niets staat immers emancipatie meer in de weg dan slecht bestuur.”

Hoe zou het dan volgens u geregeld moeten worden?

“Of je zorgt ervoor dat politici niet meer bevoegd zijn tot het benoemen van personen, het gunnen van contracten of het toekennen van subsidies zoals dat bijvoorbeeld is geregeld op veel eilanden die behoren tot het Britse Gemenebest, of je laat toe dat Nederland zich actief inmengt wanneer er, naar internationale rechtsnormen, sprake is van slecht bestuur.”

“Het slechte nieuws is overigens wel dat in Nederland de top van het ambtelijk apparaat en de leiding van de zelfstandige bestuursorganen ook grotendeels zijn gepolitiseerd en daar dus eigenlijk het slechte voorbeeld wordt gegeven. Het verschil is dat het in Curaçao veel openlijker gebeurt, niet beperkt blijft tot topfuncties en na iedere verkiezing plaatsvindt.”


De Nederlandse Cariben zijn te belangrijk voor Nederland om ze te koop te zetten op het internet

Koningin Beatrix begint vandaag aan een tiendaags bezoek aan de zes Caribische eilanden van het Koninkrijk. Ze wordt vergezeld door prins Willem-Alexander en prinses Maxima. Het is haar eerste bezoek sedert de ontbinding van de Antillen. Op 10 oktober van vorig jaar zijn de kleinere eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES) speciale gemeenten van Nederland geworden. De grotere eilanden Curaçao en St. Maarten zijn nu aparte, autonome landen, zoals Aruba dat al was sedert 1986.

Hoewel vorig jaar de schulden van alle eilanden gedeeltelijk werden gesaneerd door Nederland, botert het niet met het moederland. De laatste tijd is er sprake van vinnig protest tegen de Nederlandse gang van zaken op de kleine eilanden. Behalve op Aruba, valt op de grote eilanden steeds vaker het woord “onafhankelijkheid”.

De PVV heeft drie jaar geleden gesuggereerd de eilanden van de Nederlandse Cariben te koop te zetten op Marktplaats, maar wie denkt dat die kleine rotsen in de Caribische Zee alleen maar profiteren van hun band met het moederland en dat Nederland niets heeft aan de eilanden in “de West”, heeft het verkeerd. Het is niet voor niets dat de vorstin om de vijf jaar trouw de moeite neemt haar Caribische onderdanen te bezoeken en de band met alle eilanden aan te halen.

Curaçao

Wat heeft Nederland aan Curaçao?

– Er is in de jaren zeventig en ook weer twee jaar geleden gezocht naar olie en gas in de territoriale wateren van Curaçao. De resultaten daarvan worden geheim gehouden, maar het is nagenoeg zeker dat er olie en gas aanwezig is; het wordt immers in het nabijgelegen Venezuela in grote hoeveelheden opgepompt. Rond Curaçao zit de olievoorraad diep en exploitatie is alleen maar rendabel bij een voldoende hoge olieprijs. Maar die stijging zit er vanzelf aan te komen.

– Trustkantoren op de eilanden van de voormalige Antillen helpen honderden in Nederland gevestigde multinationals of ultra rijke individuen met hun “belastingsplanning”. In combinatie met de belastingregels in Nederland is Curaçao essentieel voor het minimaliseren – sommige zeggen ontduiken – van belastingen. Het gaat over bedrijven en personen van over de hele wereld en het gaat om vele tientallen miljarden die passeren langs de “Antillen-route”.

– Met de economische opkomst van Zuid-Amerika is het geo-economische belang van Curaçao enorm gegroeid. Nederland wil het eiland gebruiken als handelsspringplank naar een continent waar forse groeicijfers worden gerealiseerd.

– Ondanks dat de Isla-raffinaderij op Curaçao oud is, versleten en erg vervuilend, wordt die installatie – ooit de grootste ter wereld – nog steeds gezien als strategische infrastructuur van het Koninkrijk.

– Honderden welgestelde ‘pensionados’ genieten in hun tweede woning onder het Curaçaose zonnetje van de excellente lokale fiscale voordelen die speciaal voor dit soort vijftigplussers zijn ontworpen.

– Curaçao is van geopolitiek en militair strategisch belang voor Nederland en de VS: op het eiland is een grote Nederlandse militaire aanwezigheid en een Amerikaanse ‘Forward Operation Location’ (FOL) basis.

Wat heeft Curaçao aan Nederland?

– De schuldsanering die is afgesproken in de aanloop tot 10-10-10 loopt nog. Diverse ontwikkelingsprojecten zitten in wisselende fases van afwikkeling. De lokale zakenlieden profiteren daarvan en hopelijk ook de lokale bevolking.

– Het Nederlandse paspoort geeft ook voor de Caribische houders onbelemmerd entree tot bijna alle landen ter wereld. De paspoorten van de omringende landen niet.

– Voor Curaçaose tieners is er na hun middelbare school weinig of geen gelegenheid om verder te studeren op het eiland. Er vertrekken jaarlijks rond de vijfhonderd van de slimste Curaçaose koppen naar Nederland. Die kunnen daar met een studiebeurs terecht voor kwaliteitsonderwijs.

– Toerisme is de motor van de Curaçaose economie. Met bijna veertig procent vormen de Nederlandse vakantiegangers de grootste groep. In 2010 kwamen er een recordaantal van 140.183 naar het eiland.

Wat is het probleem?

Na 10-10-10 is er een coalitie aan de macht gekomen van partijen die niet aan de onderhandelingstafel hebben gezeten in de jaren dat de nieuwe staatkundige verhouding tussen Nederland en het autonome Curaçao werden afgesproken. De vroegere coalitie is in oktober van vorig jaar akkoord gegaan met verregaande Nederlandse controle op financiën en justitie. De toenmalige oppositie was daar faliekant tegen en die hebben nu de macht. Eén partij in de nieuwe coalitie bepleit openlijk de Curaçaose onafhankelijkheid. De andere partijen willen minder betutteling van Nederland.

Er is al een jaar ruzie tussen de oude en de nieuwe machthebbers waarbij wederzijds beschuldigingen van corruptie worden geuit. Nederland heeft zich willen bemoeien met de hitsige Curaçaose politieke ruzies en wordt nu beschuldigd van inmenging in lokale aangelegenheden.

St. Maarten

Wat heeft Nederland aan St. Maarten?

– Trustkantoren (zie Curaçao)

– Strategische positie: zoals Aruba en Curaçao een voorpost moeten worden voor de Nederlandse handelsbelangen in Zuid-Amerika, zo moet St. Maarten dat worden voor de Grote Antillen (Hispaniola, Cuba, Jamaica, Puerto Rico) en overige eilanden. Dat is een regio waar bijna 40 miljoen mensen wonen. Princess Juliana International Airport is nu al de tweede luchthaven in de noordoostelijke Cariben. Het is de ‘hub’ voor passagiers die komen aanvliegen uit alle kleinere Caribische eilanden en die door willen vliegen naar de VS of Europa (met Air France/KLM), en vice versa.

Wat heeft St. Maarten aan Nederland?

– Schuldsanering en ontwikkelingsprojecten (zie Curaçao)
– Paspoort
– Toerisme uit Nederland

Wat is het probleem?

St. Maarten voelt nog steeds de dwingende Nederlandse hand. Ze werden verplicht om samen met Curaçao een gemeenschappelijke centrale bank op te richten en ze moeten van Nederland met Aruba en Curaçao één Procureur-generaal delen. Ze hadden gehoopt met het verkrijgen van de autonomie ook daar hun eigen gang in te kunnen gaan. Nederland – zo vinden de St. Maartense politici van het hele politieke spectrum – bemoeit zich nog steeds te veel met hun eiland en toont te weinig vertrouwen dat ze het zelf kunnen redden. Er wordt nu door de oppositie openlijk over onafhankelijkheid gesproken.

St. Eustatius

Wat heeft Nederland aan St. Eustatius?

Op het eilandje dat de helft zo groot is als Schiermonnikoog functioneert een olieopslagplaats van ruim 13 miljoen vaten olie. Die capaciteit wordt in de komende jaren verdubbeld. Nu het eiland een gemeente is van Nederland, vallen de miljoenen aan belastingen die dat opbrengt toe aan de Nederlandse schatkist. Als er dadelijk goed wordt onderhandeld met eigenaar NuStar, kan uit die opbrengst niet alleen gemakkelijk de begroting gedekt worden van het eiland, er blijft dan nog ruim over om in Nederland of op de andere BES-eilanden leuke dingen mee te doen.

Wat heeft St. Eustatius aan Nederland?

Er zijn betere voorzieningen, betere gezondheidszorg en beter onderwijs beloofd, maar daar is in het eerste jaar van de nieuwe gemeentelijke status nog niet veel van terecht gekomen.

Wat is het probleem?

Statia was het enige eiland dat bij het referendum over de staatkundige toekomst voor het behoud van de Antillen had gekozen. Nu hebben ze een ongewilde status die ook nog eens een keer slecht blijkt te werken. Er is onvoldoende tijd genomen om de overstap naar de nieuwe gemeentelijke status voor te bereiden. Hoe klein het eiland ook is, de problemen waren groter dan waar men in ambtelijk Den Haag had op geanticipeerd. Met de mentaliteit van “we komen het hier wel even regelen” is het misgelopen.

Op Statia is een groep burgers een petitie begonnen die ze tijdens het bezoek van de koningin op 4 november willen overhandigen. ‘We zijn niet tegen de nieuwe constitutionele situatie, maar tegen de uitwerking ervan’, is de teneur.

Saba

Wat heeft Nederland aan Saba?

Op de Sababank, het rif voor de kust van het kleinste eilandje van het koninkrijk, is al in de jaren tachtig olie ontdekt. Voor exploitatie is alle wet- en regelgeving reeds op orde. Het probleem is dat de Sababank ook een rijk, delicaat maritiem natuurgebied is dat nog niet zo lang geleden tot zeereservaat is verklaard.

Wat heeft Saba aan Nederland?

Saba ondervindt dezelfde problemen als Statia en Bonaire nu ze een gemeente van Nederland zijn geworden: er zijn beloften gedaan die niet goed worden nagekomen.

Wat is het probleem?

Zelfde probleem als op Bonaire en Statia: teloorgang van de kleine eilandelijke economie door de hoge belastingdruk, levensduurte schiet de hoogte in door de introductie van de dollar, Nederlandse regels worden te snel doorgevoerd en de manier van aanpakken wordt niet geaccepteerd door de lokale bevolking. De bevolking voert actie.

Bonaire

Wat heeft Nederland aan Bonaire?

– Als de relatie met Curaçao verder verzuurt, kan Bonaire bepaalde functies van dat eiland overnemen (zie Curaçao). Door de gemeentelijke status heeft Nederland op Bonaire dan meer grip op de situatie.

– Bonaire – met amper 15.000 inwoners – is voor vele rijke Nederlanders de ideale plek om een huis te hebben en tot rust te komen. De dichtheid per duizend inwoners aan BN-ers en mensen uit de Quote 500 is waarschijnlijk het grootst op Bonaire.

Wat heeft Bonaire aan Nederland?

Zie Saba en St. Eustatius

Wat is het probleem?

Bonaire moest het grote voorbeeld worden van hoe de BES eilanden als gemeenten van Nederland zouden floreren als nooit tevoren. De overgang is echter niet goed voorbereid en is te bruusk en met te weinig begrip voor de lokale gevoeligheden doorgevoerd. De aansturing gebeurt door Den Haag en dat zit veel te ver weg van Kralendijk, niet alleen qua afstand, maar in alle opzichten.

De Bonairiaanse politici hadden geen zin om af te branden bij hun achterban toen van ze werd verwacht de Nederlandse wetgeving in te voeren betreffende abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Ze hebben afwachtend gereageerd op hoe de gemeentelijke status zou uitpakken.

De Nederlandse stugheid in combinatie met de constante wisselingen in het Bonairiaanse bestuur heeft voorlopig het eerste jaar van de nieuwe status doen mislukken. De bevolking laat met grote demonstraties haar onvrede blijken.

Steeds als de BES eilanden door Nederland worden gehouden aan Nederlandse plichten, vragen de eilanden zich af waarom ze dan ook niet dezelfde rechten krijgen.

Aruba

Wat heeft Nederland aan Aruba?

Precies hetzelfde als aan Curaçao.

Wat heeft Aruba aan Nederland?

Precies hetzelfde als Curaçao, er komen enkel minder Nederlandse toeristen: Aruba is meer op Amerikaanse toeristen gericht.

Wat is het probleem?

Met Aruba zijn er het minste problemen. Bij de laatste verkiezingen in 2009 is de christendemocratische AVP aan de macht gekomen die zonder lastige coalitiepartners kan regeren en een zo rimpelloze mogelijke verhouding met Nederland nastreeft, in tegenstelling tot de MEP die voorheen de macht had en ook vaak overhoop lag met Nederland. Al sinds mensenheugenis wisselen deze partijen elkaar af aan de macht.

Nederland formuleert nog wel kritiek. Zo zou er volgens een recent rapport van Justitie nog vriendjespolitiek heersen en nepotisme, maar, zo staat ook in het rapport, daar wordt blijkbaar aan gewerkt op de door Nederland aanbevolen wijze.

De drie eilanden Aruba, Curaçao en St. Maarten, die nu autonome landen zijn binnen het koninkrijk, hebben “last” van hun kleinschaligheid: het is moeilijk om voor goed bestuur voldoende gekwalificeerd (politiek) personeel te vinden en de bevolking rekent op haar politici voor allerhande gunsten. Het is moeilijk om de Nederlandse standaard en manier van aanpakken toe te passen onder Caribische omstandigheden, Corruptie was en is er overal, onder alle besturen en regeringen en ligt steeds overal op de loer.

Aruba reikt Nederland de hand, St. Maarten maakt een wegwerpgebaar en Curaçao maakt ruzie, maar allemaal zijn het strategieën om de Hollandse bemoeienis en de Haagse pottenkijkers zo veel mogelijk buiten de deur houden.


Fractievoorzitters laten zich in met politieke vete op Curaçao

De fractievoorzitters uit de Nederlandse Tweede Kamer hebben hun collega’s in de Staten van Curaçao aangespoord onderzoek te doen naar berichten over corruptie binnen de regering van premier Gerrit Schotte. De fractievoorzitters doen een studiereis langs alle eilanden van de Nederlandse Cariben en zijn nu op Curaçao.

De gewezen GroenLinks politicus Paul Rosenmöller heeft een paar weken geleden een rapport geschreven over corruptie op dat eiland in opdracht van de Rijksministerraad. In zijn conclusie zei hij dat het misschien niet goed gesteld is met de integriteit van premier Schotte en twee van zijn ministers. Hij suggereerde dat een ‘commissie van wijzen’ in opdracht van de Curaçaose Staten daar een onderzoek naar zou moeten doen.

Ondertussen is er ook een memo van de Veiligheidsdienst Curaçao (VDC) gelekt naar een lokale krant. Dat memo is van vorig jaar oktober en er worden nog meer ministers in genoemd die volgens de VDC niet in aanmerking hadden mogen komen voor hun huidige positie.

Bij de presentatie van zijn rapport gaf Rosenmöller toe voornamelijk met critici van de nieuwe regering te hebben gesproken omdat de huidige machtshebbers niet aan het onderzoek wilden meewerken. De ministers en de Statenleden van de regeringscoalitie waren woedend over het resultaat. Ze verwezen na 16 uur debat in het parlement het stuk en de suggesties naar de prullenmand.

Eunice Eisden van de sociaal-democratische regeringspartij MAN noemde Rosenmöllers stuk een roddelblad waarin 40 mensen anoniem worden opgevoerd. “Niemand kan iets verifiëren, dat kan toch niet in een rechtsstaat.” Ze begrijpt ook niet dat Nederland partij kiest in een lokale politieke ruzie. “De vorige machtshebbers halen alles uit de kast om deze regering onderuit te halen en Nederland trapt daar zo maar in”.

De Nederlandse fractievoorzitters zijn tevreden dat ze hun boodschap hebben overgebracht. “Die is van onze kant goed en unisono overgekomen”, zei D66-leider Alexander Pechtold. De vermeende corruptie in regeringskringen staat voor hem voor een groter probleem in Curaçao: dat van een gebrek aan goed en integer bestuur. Hij kondigde aan dat hij bij zijn ontmoeting met premier Schotte dezelfde boodschap zal overbrengen. “Als hij niks te verbergen heeft, waarom zou hij dan bang zijn voor een onderzoek?”


Lokaal onderzoek naar corruptie levert niets op

De Curaçaose ministers die verdacht worden van corruptie, worden niet vervolgd. Er was op 26 mei aangifte tegen ze gedaan, maar het OM liet vrijdagmiddag weten dat maandenlang feitenonderzoek door de Landsrecherche niets heeft opgeleverd om een strafrechtelijke zaak te kunnen beginnen tegen de bewindslieden. Van premier Gerrit Schotte had het OM al eerder gezegd dat er geen aanleiding was om tot vervolging over te gaan.

Het gaat hier over de ministers wiens handel en wandel onder de loep zou moeten worden genomen volgens het rapport van Paul Rosenmöller.

Die had in opdracht van de Rijksministerraad een onderzoek verricht naar de integriteit van publieke functionarissen op Curaçao nadat premier Schotte en de directeur van de Centrale Bank Emsley Tromp elkaar op radio en tv ervan hadden beschuldigd corrupt te zijn. Van officiële zijde is op Curaçao niet meegewerkt aan het rapport van Rosenmöller.

Rosenmöller concludeerde dat het Curaçaose parlement dringend opdracht zou moeten geven aan een ‘commissie van wijzen’ om de integriteit van sommige politici te laten onderzoeken. Of de president van de Centrale Bank correct zijn werk doet, moest volgens hem vastgesteld worden door de Rekenkamer van Curaçao.

In de Tweede Kamer vond vooral de PVV dat maar een slappe oplossing. Die wilde dat Nederland direct zou ingrijpen om op Curaçao orde op zaken te stellen. Op het eiland zelf heeft de regerende coalitie het onderzoek van Rosenmöller veroordeeld als ongewenste inmenging in de zaken van een autonoom land.

Vrijdag heeft de Curaçaose minister van Justitie Elmer Wilsoe blijkbaar zelfs instructies gegeven aan de Procureur Generaal om een onderzoek te starten naar strafbare feiten die Rosenmöller en de lokale ambtenaren met wie hij heeft gesproken zouden hebben begaan, bij het samenstellen van dat rapport.

Corruptie en de Caribische eilanden van het Koninkrijk, het is een repeterend verhaal. Behalve het rapport van Rosenmöller is er pas nog een studie van het Ministerie van Justitie uitgekomen over corruptie op Aruba. Er wordt eerdaags een criminaliteitsbeeldanalyse over St. Maarten verwacht waarin sprake is van corruptie op het hoogste bestuursniveau. Op Bonaire loopt een nieuw onderzoek in de zaak Zambezi waarin ten minste één politicus die in het bestuurscollege zit, wordt beschuldigd van ernstige corruptie.

Rosenmöller analyseert de corruptie op Curaçao in zijn rapport. Op een klein eiland met amper 150.000 inwoners zit de politiek dicht op de mensen, zo staat er in te lezen. De verschillende groepen van de samenleving overlappen elkaar, maar er heerst grote interne loyaliteit. Onder katholieken of joden, onder lokale bewoners of Nederlanders, onder groepen van migranten of grote traditionele families, onder buurt- of partijgenoten. De afstand tussen loyaliteit en afhankelijkheid is klein. Patronage en vriendjespolitiek is van alledag en wordt ook geaccepteerd. Het systeem van ‘voor wat hoort wat’ ligt overal op de loer. Kapitaalkrachtigen hebben invloed op het bestuur. Kiezers die afhankelijk zijn van gunsten van bestuurders roepen hen niet ter verantwoording en laten de bestuurlijke arrogantie over zich heen komen.

De Curaçaose politicoloog en bestuurskundige Miguel Goede onderschrijft dat corruptie op de kleine eilanden van de Cariben een specifiek karakter heeft. Hij voegt er aan toe dat in samenlevingen met een schrijnend verschil tussen arm en rijk, corruptie nog wordt versterkt. “Tegenwoordig wordt je status bepaald door wat je hebt”, zegt hij, “waarden en normen staan onder druk. Hebzucht heerst overal ter wereld. Als je enige waarde nog die is van het geld, dan komt je morele verdediging onder druk en valt de beslissing om wel of niet corrupt te zijn wel eens gemakkelijk verkeerd uit.”

Of er op de eilanden van de Nederlandse Cariben nu meer of minder corruptie is dan vroeger, kan hij niet zeggen. “Er is nooit een nulmeting geweest, maar door betere communicatiemogelijkheden is het luiden van de klok gemakkelijker en komen er meer kwesties aan het licht.”

“Vergeet ook niet dat it takes two to tango”, zegt Goede, “er is voor iedere corrupte persoon ook een corrumperende partij. Voor grote investeerders is het in deze maatschappij zonder al te veel barrières ook snel efficiënt om met steekpenningen tot zaken te komen.”

Rosenmöller staat op het standpunt dat de integriteitskwesties vooral op Curaçao zelf moeten onderzocht worden en aangepakt. De Rijksministerraad dringt er bij de Curaçaose Staten op aan de aanbevelingen van Rosenmöller serieus te nemen.

Een andere conclusie kan ook niet getrokken worden. De spelregels tussen de autonome landen van het Koninkrijk bepalen nu eenmaal dat er pas in allerlaatste instantie gebruik kan gemaakt worden van de regels die ingrijpen door Nederland mogelijk maken. Er moet dan al sprake zijn van chaos, er is nu er alleen sprake van vuile politiek.

Iedereen op Curaçao vindt transparantie en strijd tegen corruptie een topprioriteit, maar voorlopig vindt enkel de aanhang van de oppositie dat Nederland zou moeten ingrijpen.


1 jaar na 10-10-10: Autonomie brengt vooralsnog weinig vooruitgang op Curaçao en St. Maarten

Als je aan tien willekeurige Sint-Maartenaren vraagt wat er voor ze is veranderd nu hun eiland bijna een jaar geleden een autonoom land is geworden, luidt het antwoord tien keer: “niets”.

“Dat is toch fantastisch”, meent Richard Gibson, de vertegenwoordiger van St. Maarten in het College financieel toezicht (Cft), “dat betekend dat het eiland niet in chaos ten onder is gegaan, dat de nieuwe instituties werken en dat het land blijkbaar goed bestuurd wordt.”

Met een zuur gezicht denkt hij terug aan de dagen vlak voor 10 oktober 2010. In Den Haag twijfelde men er tot het laatste moment aan of St. Maarten zijn autonome status wel aankon; het eiland zou daar nog niet klaar voor zijn.

“St. Maarten heeft de financiën op orde en gaat voor komend jaar een sluitende begroting indienen vóór 1 januari”, verzekert Gibson, “de gewenste landelijke bestuursorganen zijn opgericht en functioneren redelijk als je in acht neemt dat we daar nu amper een jaar ervaring mee hebben.”

Het Cft had die begroting al willen hebben vóór 1 september, maar die datum heeft ook het nadere nieuwe land Curaçao niet gehaald. Daar kreeg de minister van Financiën bovendien zijn conceptbegroting terug van het Cft met de opmerkingen dat er onvoldoende garanties waren dat de geprojecteerde inkomsten ook zullen gehaald worden.

Gibson wijst er fijntjes op dat de twee dingen die Nederland tegen de zin van Sint Maarten heeft doorgedrukt, allebei niet functioneren: de gemeenschappelijke centrale bank met Curaçao en de gemeenschappelijke Procureur Generaal. Van een centrale bank is niks in huis gekomen door gekrakeel op Curaçao en de afspraken over de PG zijn “leeg” gebleven, zegt hij.

Op Curaçao is het anders. Toen de Nederlandse Antillen ophielden te bestaan en het eiland zijn autonome status verwierf, kreeg de lokale bestuurslaag landelijke verantwoordelijkheid. “Er moesten diensten worden aangestuurd die voorheen onder Antilliaans bestuur vielen en dat lukt niet altijd zonder slag of stoot”, zegt Maurice Adriaens, nog minister in het laatste Antilliaanse kabinet, nu directeur van de Curaçaose Airport Holding (CAH), “dat leidt tot verwarring en tot stagnatie. Beslissingen worden uitgesteld of slecht genomen omdat het nog niet helder is wie welke rol dient te spelen en hoe.”

Het helpt ook niet dat op 10-10-10, onder leiding van de jonge premier Gerrit Schotte, een ploeg aan de macht kwam van politici met weinig bestuurservaring die moeite heeft een coherente visie voor de toekomst te formuleren. Die regering heeft niet enkel het economische getij tegen. Ze moet ook opboksen tegen de oude rotten in het politieke vak die niet zonder rancune over het verlies van de macht soms giftig oppositie voeren. Netwerken van partijen en organisaties die elkaar vroeger de bal toespeelden hebben zich verenigd in ad hoc comités die roepen dat met Schotte op Curaçao het einde onderhand nabij is.

Dat lijkt ook al gauw zo als de bouw van het nieuwe ziekenhuis weer wordt uitgesteld, de luchthaven zijn veiligheidsclassificatie dreigt te verliezen, de stroom om de haverklap uitvalt op het eiland, in de gevangenis gedetineerden elkaar doodschieten, cao-besprekingen bij het overheidsnutsbedrijf Aqualectra al sinds januari vastzitten, coalitiepartners ruziënd over straat rollen en het land amper een jaar na de gedeeltelijke schuldsanering door Nederland al weer krap bij kas zit. Vorige week hoorde de minister van Financiën nog van het IMF dat er dringend wat moet gebeuren aan het tekort op te betalingsbalans. Dat zijn allemaal kwesties die al jaren aanslepen, maar ook door deze nieuwe regering met al haar bravoure nog niet zijn aangepakt.

Maar de grootste lokale krant “Amigoe” kopte laatst, dat volgens een recente opiniepeiling, de huidige regering nog steeds beter wordt gewaardeerd dan de vorige. De redactie van de Wereldomroep berekende dat de ploeg van Schotte met 5,7 als rapportcijfer een voldoende scoort, zij het krap.


Bonaire, Saba en Statia: ongelukkige ‘gemeenten’ van Nederland

Toen op 6 september Bonaire Dag werd gevierd, de officiële feestdag van het eiland, kwamen bij de plechtigheden bijna 700 eilandbewoners opdagen om te protesteren in plaats van om te feesten.

Als percentage van de bevolking (15.000 inwoners) kan dat protest al tellen, maar wie de Bonairianen kent, trok de wenkbrauwen op. Het zijn immers de geduldigste en zoetste inwoners van Caribisch Nederland: “protest” leek niet eens in hun woordenboek voor te komen, en dan dit.

Hun eiland is – net als Saba en St. Eustatius – nu bijna een jaar geleden een gemeente van Nederland geworden. Hoe dat uitpakt bevalt niet, Daar wordt nu steeds breder uiting aan gegeven, precies zoals op Saba en St. Eustatius.

De tweeling Cedric en Eric Soleana zijn de organisatoren van de demonstratie op Bonaire. Ze wisten jong en oud te mobiliseren, rijk en arm, aanhangers van rivaliserende partijen en Bonairianen zowel als Nederlanders die er al lang wonen.

“Het zit ons ook hoog”, zegt Eric, “er is zoveel beloofd waar niets van is terechtgekomen en tegelijk is er is te veel veranderd in te korte tijd. We voelen ons voor de gek gehouden. Waar wel invulling aan wordt gegeven is niet wat we willen.”

Hij geeft het voorbeeld van zijn moeder. Die is al een eind in de zeventig en moet soms voor een behandeling naar Curaçao. Ze heeft daar vroeger altijd begeleiding bij gehad. Eerst de vliegreis naar Curaçao en daar dan met het busje naar het ziekenhuis. Maar de nieuwe Nederlandse regels voorzien niet in vergoeding van begeleiding. Moeder kan niet meer naar Curaçao. Het is hier nu eenmaal niet zo simpel als van Utrecht naar Amsterdam. “Er was ons veel betere gezondheidszorg beloofd, maar dat valt op deze manier dan bitter tegen. Je kan het ook niet aankaarten want dan hoor je dat het vanaf 10-10-10 nu eenmaal zo is. Dat irriteert”, zegt hij.

De opschriften die in de demonstratie werden meegedragen hekelden vooral de fors toegenomen belastingen, de gestegen kosten van levensonderhoud, het onbegrip voor de typisch Bonairiaanse eigenheden en de botheid waarmee nieuwe wet- en regelgeving wordt ingevoerd.

Bij de lokale overheid is het draagvalk voor de nieuwe staatkundige positie weggesmolten. Voor veel nieuwe instituties is tekort aan personeel of zijn er geen fondsen voorzien om ze draaiende te houden. Er is bijvoorbeeld een rioolzuiveringsstation gebouwd, maar er is geen geld voorzien om die te laten functioneren. In Nederland wordt zoiets betaald uit een heffing die op Bonaire niet bestaat. Slecht over nagedacht.

“Er lijkt veel verspijkerd, maar de nieuwigheden werken niet terwijl de oude gang van zaken is afgeschaft”, zegt een ambtenaar, “Henk Kamp (de vorige Rijksvertegenwoordiger, nu minister van Sociale Zaken in Nederland) zei tegen iedereen die het wilde horen dat we nu de beste overheid ter wereld zouden krijgen. Die hoogmoed is hier gestruikeld.”

Waar goed op werd gereageerd was de inhaalslag in het onderwijs. Schoolboeken zijn gratis, maar ze komen uit Nederland. De Bonairiaanse leerlingen moeten nu berekenen hoelang het vliegen is van Amsterdam naar Marokko. Al het lesmateriaal is in het Nederlands en de angst groeit dat het Papiaments op Bonaire ten dode is opgeschreven.

“Onze cultuur, onze normen, onze taal, alles staat onder druk”, zegt Soleana. Hij verzamelt handtekeningen voor een referendum: “we willen heel neutraal aan de Bonairianen voorleggen of ze met Nederland een directe band willen, een lossere associatie of onafhankelijkheid. We gaan ruim de tijd nemen om de uitleg over alle opties tot ons te nemen. Maar we willen af van het heersende systeem van ‘wie zwijgt stemt toe’.”

Met de komst naar Bonaire van Wilbert Stolte, de nieuwe Rijksvertegenwoordiger, kwam ook het begrip voor de klachten van de Bonairianen. De Rijksvertegenwoordiger is de verbindingspersoon tussen de Caribische eilanden die nu gemeenten van Nederland zijn geworden en Den Haag.

Stolte

Stolte heeft er geen moeite mee te erkennen dat het met de implementatie van de Nederlandse nieuwigheden op Bonaire na 10-10-10 niet allemaal koek en ei was.

“De Nederlandse rijksoverheid heeft weinig of geen ervaring met de uitvoering van beleid”, zo legt hij uit, “dat doen in Nederland immers de lagere overheden of uitvoeringsorganen zoals bijvoorbeeld de verzekeraars in de zorg.” Nu moet er plots door die rijksoverheid beleid uitgevoerd worden bij een partner op 9000 kilometer afstand, zonder dat daar nog een laag tussen zit en ook nog eens in een cultuur die men amper kent.”

“Er is te veel, tegelijk op Bonaire afgevuurd en de veranderingen zijn niet altijd even pastoraal doorgevoerd”, beseft Stolte, “maar niets is in beton gegoten en je ziet dat er al wordt bijgesteld. Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft al aanpassingen aangekondigd van het belastingsysteem en de aanpak in de gezondheidszorg wordt tegen het licht gehouden.”

De Bonairianen moesten volgens Stolte ook nog wennen aan een overheid die regels en wetten handhaaft: “In de tijd van een centrale Antilliaanse overheid hoefde niemand op Bonaire zich veel van de regels aan te trekken, nu wordt de wetgeving wel uitgevoerd. Een actieve centrale overheid, dat moet natuurlijk wennen. Het kan best dat het allemaal wat bureaucratischer is geworden, maar de Bonairianen komen er nu achter dat Nederland haar zorgfunctie wenst na te komen en dat ze onderdeel zijn geworden van een systeem dat betere bescherming biedt.”

Stolte wil met nadruk het gevoel bij de Bonairianen wegnemen dat hun taal onder druk staat: “Er worden nu leraren Papiaments opgeleid voor het lokale onderwijs, dat is in de tijd van de Antillen nooit gebeurd.”

Thodé

Glenn Thodé, de gezaghebber van Bonaire – vergelijkbaar met de burgemeester in Nederland – heeft de heeft de koningin gevraagd hem per 1 januari aanstaande ontslag te verlenen.

Thodé hoeft het politieke gekrakeel op Bonaire niet meer. De afgelopen drie jaar zijn er negen bestuurswisselingen geweest, bijna allemaal ingegeven door plat opportunisme van de betrokken politici. Grote bestuurlijke inertie en weinig daadkracht waren het resultaat. Bij de laatste bestuurswisseling is er weer tenminste één mandataris aangetreden die verdacht wordt van corruptie.

Thodé ziet het mislukken van de overgang naar Nederlandse gemeente grotendeels als probleem van de Bonairiaanse politiek. Die valt te verwijten dat ze wel van alles wilden, maar te lang negatief tegenover Nederland hebben gestaan en zich onvoldoende gepresenteerd hebben als partner. “Op vraag van Bonaire is het bestuurskantoor voor de Nederlandse Cariben ook op Bonaire gekomen, maar nu het er staat worden de ambtenaren die er werken gezien als kolonisten”.

“Van Bonairiaanse kant is veel te laks opgetreden. De nieuwe situatie is niet vorm gegeven door de lokale politici. Aan de andere kant is Nederland hier gekomen met een houding van “dat gaan wij hier wel eens snel regelen”. Het superioriteitsgevoel is op het Calimero-complex gebotst.”

“Door Nederland is de mensenmaat niet gehanteerd en er is slecht naar ons geluisterd.” Dat is volgens de scheidende Bonairiaanse gezaghebber de andere grote oorzaak van de problemen waar de Bonairianen nu over klagen. Hij is, als hij de balans opmaakt nu het eiland een jaar geleden een gemeente van Nederland is geworden, niet gelukkig met het resultaat. “We hadden gerekend op empathie en we hebben een machinerie gekregen.”

Voor de kleine Bonairiaanse gemeenschap, die in niets lijkt op Nederland, moeten oplossingen op maat gezocht worden, vindt Thodé. Als de algemene regel wordt toegepast, schiet men het doel voorbij. “We worden teveel met een Nederlandse gemeente vergeleken”, zegt hij, “er wordt gekeken naar de meetlat in plaats van naar het gewenste resultaat.”

“Toen de Antillen nog bestonden en we iets wilden van de centrale overheid, belden we met de minister op Curaçao.
Die kreeg je dan direct aan de lijn. Die zei doorgaans zonder veel omhaal dat er geen geld voor Bonaire was en dat we het zelf maar moesten zien op te lossen. Nu komt de minister niet aan de lijn. In het beste geval hoor je van een ambtenaar een omslachtig verhaal. Het komt er op neer dat er voor wat jij wil geen kader is om geld te krijgen. Maar o wee als je het zelf oplost, want dan is het niet goed.”

“Als we het nu niet samen aanpakken komen we over een aantal jaren voor dezelfde onwerkbare situatie te staan als met de Antillen. Alleen is Willemstad dan ingeruild voor Den Haag.”


Aruba pakt mensenhandel aan

Angela is 27 en komt uit Cali, Colombia. Een wit behaatje met halve cups en een strakke roze lycra legging accentueren al haar schoonheden. Een grote zonnebril verbergt de wallen onder haar ogen.

Het is niet dat ze haar sekswerk zo vreselijk tegen haar zin doet, het is alleen te veel. Al maanden is er geen tijd voor iets anders dan werk. Ze moet zoveel afrekenen bij de clubeigenaar dat ze elke dag moet pezen van een uur of vier ‘s middags tot in de kleine ochtenduurtjes. Tussendoor een dagje vrij bestaat niet.

Vooral slaap heeft ze tekort. Met een bittere glimlach zegt ze ook spaargeld te kort te komen om op het eind van de maand mee naar Colombia te nemen, terwijl het daar toch om te doen was. “Falta sueño y faltan economías”.

Maar ja, reken maar uit: de huurbaas rekent honderd dollar per dag voor het hotelkamertje en dertig dollar voor het eten. Bij aankomst op Aruba moest ze achthonderd dollar ‘lidgeld’ dokken bij de club waar ze werkt. De arts waar ze zich elke donderdag verplicht moet melden moet afgerekend worden. Het retourticket en de overige reiskosten hebben bijna duizend dollar gekost. De verblijfsvergunning kost zevenhonderd dollar.

Er moeten in de drie maanden dat Angela op Aruba mag blijven al behoorlijk wat nummertjes van dertig dollar gemaakt worden, om uit de kosten te komen. “Pas dan ga je wat verdienen, en dan komen de belastingen nog eens langs,” zegt ze zuur.
De straat waar ze hoopt klanten te treffen is verlaten. Het laatste bleekgele zonlicht van de dag valt op de verveloze gevel van het huisje in San Nicolas waar ze een kamertje betrekt. Lang kan ze niet praten, want dat kost haar klanten. Bovendien mag ze niet op straat staan, alleen in het portiekje: de politie deelt genadeloos boetes uit aan meiden die met te weinig kleren aan op de stoep rondhangen en met mannen praten.

De rosse buurt in San Nicolas - Foto: Alex Laclé

“In Aruba lopen buitenlandse vrouwen in de seksindustrie gevaar onder dwang te moeten werken. Andere risicogroepen zijn Chinese mannen en vrouwen in supermarkten, Indische mannen in juwelierszaken en meisjes uit de omliggende landen die als hulp in de huishouding moeten werken.” Dat staat in het Trafficking in Persons (TiP) rapport van het Amerikaanse Department of State over de wereldwijde mensenhandel dat Hillary Clinton eind vorige maand presenteerde in Washington.

Toch is hoofdinspecteur van politie Jeannette Richardson-Baars in de wolken. Ze is de landelijke coördinator voor de bestrijding van mensenhandel en mensensmokkel op Aruba. In dat zelfde TiP-rapport krijgt ze complimenten voor haar aanpak: “de Arubaanse anti-mensenhandel coördinator heeft blijk gegeven van uitstekend leiderschap bij het uitvoeren van de regeringsplannen. Ze is begonnen met een moeilijke rechtzaak tegen mensenhandelaars. De overheid heeft ook laten zien werk te maken van de opvang en bescherming van slachtoffers.”

Aruba zit in “rang 2”, dus het kan nog beter, maar Baars wordt niet voor niets omstandig gefeliciteerd. De meeste eilanden in de regio zijn lager gerangschikt. Curaçao staat bijvoorbeeld op een “watch list” omdat ze daar nog geen actie hebben ondernomen, terwijl er zich identieke toestanden voordoen.

Over Angela in San Nicolas zegt Baars dat het best zou kunnen dat hier sprake is van mensenhandel. “Het hangt af van geval tot geval”, zegt ze, “is bijvoorbeeld ook haar paspoort afgenomen, was er duidelijkheid van tevoren over de kosten? Er zijn zoveel elementen die voor een rechtszaak wel bewezen moeten kunnen worden.”

De strafzaak waarvan sprake in het TiP-rapport gaat over de vervolging van Alex Mathew, manager van de seksclub “Foxy Lady”. Die tent is nu gesloten. De ‘danseressen’ hebben aangifte gedaan en het management is opgepakt. Het moet een voorbeeldproces worden. De andere clubeigenaren uit de rosse buurt van San Nicolas kunnen er hun voordeel mee doen en de regels aanpassen voor de dames die bij hun komen werken.

“Prostitutie wordt gedoogd op Aruba en de vrouwen melden zich bij de clubeigenaren uit eigen beweging, maar dat wil nog niet zeggen dat de omstandigheden waaronder ze moeten werken niet als een vorm van mensenhandel kan beschouwd worden”, zegt Baars, “als er sprake is van uitbuiting, werkdwang of onvrijheid door schuldenlast, dan valt dat allemaal onder mensenhandel.”

De lokale krant ‘Amigoe’ deed in maart uitvoerig verslag van een arbeidsconflict bij de exclusieve Boolchand juwelen- en elektronicazaken. Er was daar een Indiase werknemer die klaagde dat hij minder verdiende dan zijn Arubaanse collega’s, standaard werkweken van 70 uur draaide, geen overwerk uitbetaald kreeg en een gedeelte van zijn salaris moest terugstorten zolang hij vrijgezel was. Er werd druk uitgeoefend op zijn familie in India om te voorkomen dat hij klacht zou indienen bij de arbeidsinspectie.

Getuigen in de civiele zaak die maanden liep, deden uit de doeken hoe jonge mannen uit India worden gehaald om op Aruba aan lonen ver beneden het minimum te werken. Die horigheid wordt door Indiase mensen “normaal” gevonden en gezien als onderdeel van de Indiase cultuur. Mannen gaan er op in omdat het financieel interessant is. In India wordt immers nog veel minder verdiend.

“De getuigenissen en de werkomstandigheden die zo aan het licht zijn gekomen hebben ons wel alert gemaakt op mogelijke gevallen van mensenhandel in die sector”, zegt Baars, “daarom is de waarschuwing ook in het TiP-rapport terecht gekomen. Mensenhandel heeft niet alleen maar met prostitutie te maken aan de rafelrand, maar om het elders waar te kunnen nemen moet we van de perceptie af dat het niet bestaat voor mannen, of aan de bovenkant van de samenleving.”

Artsen doen hun werk niet

Onder het kopje “Aanbevelingen voor Aruba” suggereert het State Departement in het TiP-rapport dat met de dokters die de sekswerkers wekelijks onderzoeken, procedures kunnen worden afgesproken om mogelijke slachtoffers van mensenhandel te identificeren en hun gegevens door te geven aan het anti-mensenhandel team. Maar Angela uit Cali vertelt dat sommige artsen wel iedere week het consult in rekening brengen maar de tijd niet nemen om een onderzoek uit te voeren. Ze tekenen het formulier en klaar. Vóór sekswerkers als mogelijke slachtoffers kunnen worden gezien die bescherming behoeven, moet de opvatting om dat deze mensen geen aandacht waard zijn.


Statia verscheurd tussen welvaart en nostalgie

Statia

NuStar op Statia


St. Eustatius, het eilandje van 21 vierkante kilometer met 3.700 inwoners dat vorig jaar een Caribische gemeente van Nederland is geworden, is bitter verscheurd tussen nostalgie, milieubehoud en welvaart-door-olie. De lokale internetkrant ‘Statia News’ stroomt over van ingezonden stukken.

NuStar, een groot multinationaal olieopslagbedrijf dat al 56 olieopslagtanks op Statia heeft met een totale capaciteit van ruim 13 miljoen vaten, wil graag nog 25 tot 40 extra tanks op het eiland neerzetten. Daar hebben ze een terrein voor op het oog op amper een kilometer van de rand van de pittoreske hoofdplaats Oranjestad.

De meeste eilanders begrijpen maar al te goed dat NuStar de enige motor is van hun economie. De financiële afspraken met NuStar zouden – als er goed wordt onderhandeld – de gemeentebegroting niet alleen geheel kunnen dekken, maar ook nog kunnen zorgen voor overschot. Bovendien kondigt NuStar aan dat ze na de uitbreiding veertig jobs extra zullen hebben voor lokale werkkrachten.

Die uitbreiding, waar NuStar bijna een half miljard dollar voor wil investeren, valt toch niet bij iedereen in goede aarde. Vooral de mensen die hun brood verdienen in de rudimentaire toeristensector zijn bang dat het rustieke Statia zijn charme gaat verliezen als er vanuit het prachtig geconserveerde 18e eeuwse Oranjestad zicht is op lelijke olietanks en op reuzenschepen die voor lossen en laden afmeren aan een nieuwe pier die een mijl ver de tropisch blauwe zee insteekt. Sommige bewoners willen de uitbreiding in het geheel tegenhouden. Anderen willen op zijn minst NuStar verplichten een ander stuk van het eiland te kiezen waar de tanks grotendeels buiten het gezichtsveld vallen.

Walter Hellebrand, directeur van de Sint Eustatius Monument Foundation, had zelfs een kortgeding aangespannen om de bouw van extra tanks te voorkomen. Er zouden op het beoogde terrein verschillende slavenbegraafplaatsen en belangrijke archeologisch vindplaatsen verstoord worden. Hij heeft van de rechter voorlopig nul op het rekest gekregen omdat de bouwaanvraag van NuStar tot uitbreiding immers nog niet formeel bij het eilandbestuur is binnengekomen.

Het Amerikaans-Duitse stel Laura en Win, sinds mensenheugenis eigenaar van hotel ‘King’s Well’, hebben nu de sleepboten al voor de deur liggen die het werk verrichten voor de bestaande terminal. “Er zit geen vis meer in dit stuk van de zee, want de olietankers pompen hier gewoon hun afval weg”, zegt Laura, ” en ik moet er toch niet aan denken dat er een ongeluk gebeurt met zulke hoeveelheden olie.” Win voegt toe: “voor alles zijn regels en sludge wegpompen mag niet, maar er is niemand die controleert of bestraft.”

Op de vraag waarom het zo veel gevraagd is de tanks buiten het gezichtsveld van de stad te houden heeft plantmanager Mike McDonald van NuStar op St. Eustatius een simpel antwoord: zoveel uitwijkmogelijkheid is er niet op het minieme eiland. Het is er bijna overal bergachtig en aan de noordkust kan er niet gewerkt worden omdat de zee er te onstuimig is. De tanks neerzetten op een van drie mogelijke alternatieve locaties maakt de investering veel te duur.

De bouwaanvraag zal eerdaags wel in de bus vallen, verwacht Louis Brown, locoburgemeester van
St. Eustatius. “Archeologie studenten uit Leiden onderzoeken het beoogde terrein en brengen de sites in kaart die moeten gepreserveerd worden. Aan de hand van hun rapport kan NuStar bepalen waar ze kunnen bouwen. Dan krijgt het eilandbestuur de aanvraag en dan kan er een besluit genomen worden.” Hijzelf ziet geen graten in de bouw. “Tegenstanders hebben gemakkelijk praten. Ze komen vaak van elders en hoeven hun inkomen niet op het eiland te verdienen zegt hij. Op Aruba en Bonaire staan ook van die tanks en die hebben nog geen toerist afgeschrikt.”

De Nederlandse kwartiermaker Wim Hofman van het ministerie van Infrastructuur en Milieu die de aansluiting van St. Eustatius bij de Nederlandse milieuregelgeving begeleidt is er gerust in dat de strengste normen zullen worden nageleefd. “NuStar voldoet nu al aan een internationale standaard die de Nederlandse milieuwetgeving niet veel ontloopt en straks gaat Nederland Statia bijstaan om de milieu wetten te implementeren en te bewaken”, bezweert hij. Hoffman geeft toe dat er in het verleden wel een incident is geweest waarbij olie in zee is gelopen, maar dat was “onbetekenend” en zeker niet alarmerend.

“NuStar is duidelijk de gorilla van 900 pond op St. Eustatius”, schrijven meneer en mevrouw Morgan uit het gehuchtje White Wall in een brief aan ‘Statia News’, “als die in actie komt dan doet iedereen voorzichtigheidshalve een stapje opzij. Maar de baai van Oranjestad is een van de charmantste stukjes kust van de Cariben omdat die nog niet is volgeplempt met lelijke vakantieressorts. De onderwaterwereld is er een van de mooiste op aarde. Nu bedreigt Nustar die schoonheid met dat uitbreidingsproject. Natuurlijk is het duurder voor NuStar om elders te bouwen, op een plek die voor hun misschien niet de ideale is. Maar we weten dat NuStar best een andere terrein zou kunnen vinden en dat dit beter zou zijn voor Statia en meer in het belang van de bewoners.”

Misschien lost NuStar het verscheurende dilemma nog anders op. Als het gesteggel op Statia nog lang voortduurt en de aanvraag niet snel kan behandeld worden, gaat het ideale investeringsmoment voorbij, wordt het gereserveerde geld voor iets anders of elders ingezet en valt Statia uit de boot.

Kamervragen

Ronald Van Raak (SP) heeft aan minister Donner van Koninkrijksrelaties Kamervragen gesteld over de uitbreiding van NuStar op Sint Eustatius.

Hij wil weten wie er precies beslist over die uitbreiding en of er voldoende rekening is gehouden met historische, archeologische en culturele aspecten.

Omdat de Wet Maritiem Beheer BES-eilanden nog in behandeling is in de Eerste Kamer en niet alle Nederlandse wetgeving op St. Eustatius is geïmplementeerd, beslist de eilandsraad nog geheel zelfstandig over de uitbreiding. Nederlandse specialisten geven advies.

Diverse Statiaanse organisaties hebben tegen de uitbreiding beroep aangetekend bij UNESCO, het agentschap van de Verenigde Naties dat zich bezig houdt met monumentenbescherming.

Van Raak pleit voor een referendum over de uitbreiding van NuStar. Hij wil dat er geen onomkeerbare stappen worden genomen voordat de besluitvorming geheel is afgerond.

Advies van STENAPA

Directeur Kate Walker van STENAPA (St. Eustatius National Parks) wordt zowel door NuStar als door de overheid om advies gevraagd en is blij dat haar aanbevelingen zorgvuldig worden meegenomen in de milieu afwegingen omtrent de uitbreiding van NuStar. “Ik ben vooral tevreden met de wetgeving die van de Sababank (het zeegebied tussen Saba en Statia) een beschermd gebied heeft gemaakt. We kunnen NuStar en de olietankers aan scherpe afspraken houden en we kunnen straks van de Nederlandse overheid ook verwachten dat ze optreden als er overtredingen worden geconstateerd zoals het lozen van afval- of ballastwater.”


Curaçao zucht onder golf van diefstallen

Gewezen politiecommissaris Jaime Cordoba, nu Statenlid voor Pueblo Soberano, kwam met indrukwekkende criminaliteitscijfers naar het Curaçaose parlement. Gemiddeld worden er de laatste jaren zo’n 25.000 aangiftes gedaan van diefstal, maar dat liep vorig jaar op naar 29.000.

Met een bevolking van 160.000 zielen is de vraag op Curaçao niet zozeer óf je bestolen zal worden, maar wannéér.

Anderhalve week geleden waren dokter Pieter van der Burgh en zijn vrouw Marion aan de beurt. Het stel kreeg thuis in Boca Sint Michiel, een liefelijk dorpje aan zee “waar nooit wat gebeurt”, bezoek van drie inbrekers die het stel bewerkten met een hamer en een koevoet.

Pieter van der Burgh werd bewusteloos geslagen en Marion werd gewurgd met de koevoet op de strot. Het stel werd in de badkamer opgesloten en alles van waarde in hun huis werd meegenomen.

Niet alle 29.000 diefstallen gaan gepaard met zoveel geweld, maar een beleidsmedewerker van het Openbaar Ministerie op het eiland bevestigt dat het aantal roofovervallen met geweld of bedreiging de laatste tijd is toegenomen. Vorig jaar waren er tot eind juni 233 gewelddadige overvallen gepleegd, dit jaar zijn er dat 265. Bij sommige zijn doden gevallen.

Minister van Justitie Elmer Wilsoe, onder de indruk van de cijfers van zijn partijgenoot Cordoba, presenteerde een “Plan van Aanpak Criminaliteit” om met name geweld- en vermogensdelicten te voorkomen.

Hij zet in op meer opvoeding, onderwijs en sociale vorming, vooral in de achterstandswijken waar de daders van de overvallen vaak blijken te wonen.

Wilsoe vindt ook dat daders die eerder zijn veroordeeld en bepaalde gezinnen met jongeren die het risico lopen te vervallen in crimineel gedrag, persoonlijk moeten worden begeleid.

Hij wil de burgers bewust maken van hun eigen verantwoordelijkheid en de potentiële slachtoffers overtuigen van het belang van goede preventie: niet te koop lopen met dure spullen en beveiliging, verlichting en goed hang- en sluitwerk aanbrengen.

De minister wil ook meer politie op straat die meer verdachten controleert en hij wil dat bij de opsporing gebruik maakt van moderne recherche middelen. Vorig jaar werd, volgens het OM, slechts 37,6 % van de overvallen opgelost.

Pieter van der Burgh is ondertussen al weer aan het werk. Hij is de medisch directeur van het lokale ziekenhuis. Van der Burgh heeft nog gehoorschade van de klappen die hij heeft opgelopen, maar hij maakt zich veel meer zorgen om zijn vrouw. “Ik ben knock-out geslagen en ik heb de overval niet bewust meegemaakt”, zegt hij, “maar Marion is nog steeds overstuur en haar gevoel van veiligheid is weg. Het is cynisch dat net zij zo moest worden aangepakt. Ze vangt kansarme tienermoeders en hun kinderen op.”

Van der Burgh werkt – aan en af – al sinds 1975 op Curaçao en ziet in het ziekenhuis het bewijs dat de gewelddadigheid in de loop van de jaren is toegenomen op het eiland. “Mensen ondergingen vroeger lijdzamer hun lot. Die jongeren gaan niet voor de lol een overval plegen, het is een combinatie van armoede en uitzichtloosheid die ze daartoe drijft en ze worden de laatste tijd steeds driester.”

De arts is niet onder de indruk van het zoveelste ministeriële plan van aanpak om de criminaliteit terug te dringen: “Armoedebestrijding heeft net zoals bij de vorige regeringen geen prioriteit en dat is toch wat het probleem moet oplossen.”

Er is ook nog niet veel te merken van de versterking en het meer efficiënt maken van politie en justitie. Dat was voor Nederland vorig jaar zo’n punt, ten tijde van het autonoom worden van Curaçao als land, en daar wilde het een grote rol in spelen. “Alles valt of staat met de financiën”, zegt de beleidsmedewerker van het OM.

 

 

 

 


Jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd

De intimiderende grijsblauwe nieuwbouw van de Belastingsdienst op Bonaire bulkt uit boven de kleurrijke rest van het minuscule Kralendijk en wordt smalend “het huis van de tollenaar” genoemd. De belastingontvanger bepaalt in Caribisch Nederland het imago van de nieuwe overheid.

De mini-economieën die vroeger floreerden op Bonaire, St. Eustatius en Saba (BES) bezwijken onder de fiscale druk. Bovendien is door belastingen en accijnzen en door de invoering van de dollar het leven voor veel eilandbewoners onbetaalbaar duur geworden, vooral voor de gepensioneerden. De BES eilandjes zijn op 10 oktober van vorig jaar gemeenten van Nederland geworden.

Niet enkel de verstikkende belastingen frustreren de bewoners van de BES eilanden. In hun ogen heeft de aansluiting met Nederland nog wel meer ellende opgeleverd.

De Rijksvertegenwoordiger, de hoogste Nederlandse functionaris in de Nederlandse Cariben, spreekt voorzichtig in zijn eerste halfjaarlijkse rapport over de “veelgehoorde klacht van verlies van eigen identiteit en cultuur” en over “de toestroom van Europese Nederlanders en de vrees steeds minder te zeggen te hebben op het eigen eiland”. Hij zegt “dat er teveel is veranderd in kort tijdsbestek” en dat “voorkomen dient te worden dat het beeld ontstaat dat Nederland zijn belofte niet nakomt over het verbeteren van het voorzieningenniveau op het eiland.”

De Bonairiaanse oud-politicus Jopie Abraham schrijft het wat forser op in een open brief aan minister Piet Hein Donner van Koninkrijksrelaties. Hij heeft het over “desastreuze ontwikkelingen” op zijn eiland en waarschuwt voor het opkomen van latente gevoelens van “makambahaat”. Makamba is het lokale scheldwoord voor witte Nederlander.

Zes onderzoekers van de Nationale Ombudsman hebben vorige week op de BES-eilanden gesproken met mensen uit alle geledingen van de maatschappij en zijn terug naar huis gevlogen met een considerabele klachtenlijst.

De meeste van die klachten betreffen de zorg en de hogere kosten voor levensonderhoud, maar er zijn bijvoorbeeld ook klachten over het slecht functioneren van douane en politie.

“Veel lijkt terug te voeren tot communicatieproblemen of een gebrek aan voorlichting”, zegt onderzoeker Marjolein Bannier van de Ombudsman die met haar collega Stefan Pfeifer het onderzoek op Bonaire heeft verricht. “De nieuwe Nederlandse regels zijn na 10 oktober van vorig jaar direct en misschien te snel doorgevoerd, zonder overgangsperiode. Allerlei nieuwe diensten werken nog niet naar behoren en dan vragen de mensen zich al snel af of die slecht functionerende nieuwigheden wel beter zijn dan de oude gang van zaken.” Ze geeft het voorbeeld van gratis servicenummers die het niet doen en van een gebrek aan voorlichting en dienstverlening in het Papiaments, de eilandelijke voertaal. Volgens Bannier en Pfeifer vragen de mensen zich ook af waarom er weinig – of niet – wordt geluisterd als ze aangeven dat iets niet werkt.

Over sommige zaken is echt niet voldoende van tevoren nagedacht. De lokale winkeliers kunnen hun koopwaar vaak alleen maar betrekken uit het nabijgelegen Curaçao, waar Bonaire vroeger één land mee vormde. Nu moeten ze daar plots tien procent invoerrechten over betalen. Dat komt boven op de eerder onbestaande accijns op benzine en allerlei andere nieuwe heffingen.

De gratis tandarts zit nu in het verplichte ziekenfondspakket, dus wil iedereen graag zijn gebit laten saneren. Maar er zijn onvoldoende tandartsen op het eiland om iedereen te kunnen helpen. Door de lange rijen wachtenden komen acute patiënten niet aan de beurt.

Zaken met de overheid moeten vanaf nu digitaal aangevraagd of geregeld worden, maar op de eilanden is er geen breedband internet, lang niet iedereen heeft een computer en als er een computer beschikbaar is kunnen de mensen er niet mee omgaan. “Deze jaren-vijftig-samenleving krijgt van Nederland de 21ste eeuw door de strot geduwd”, zegt een Nederlandse handelaar in duikspullen die al lang op Bonaire woont en werkt.

Hij vertelt hoofdschuddend dat agenten van de Marechaussee, een korps nu nieuw op Bonaire, hem op de tweede dag van het nieuwe jaar aanhield voor controle van de autopapieren, terwijl de overheid of de verzekeringsmaatschappij de documenten voor 2011 nog niet eens beschikbaar hadden. De vers uit Nederland overgevlogen agenten konden hartelijk lachen om dat verhaal. Een paar maanden later viel er koudweg een dagvaarding in de bus. “Ik snap dat als Nederlander nog wel”, zegt de duikmaterialenman, “maar bij de Bonairiaan zet dat enorm veel kwaad bloed. De Nederlanders waren bijzonder welkom toen ze hier als gast kwamen, maar niet meer nu ze zo de baas komen spelen.”

Robby Beukenboom is een politicus van de nieuwe generatie die voor de Aliansa Demokrático in de eilandsraad zit. Hij denkt dat zelfs bij de rivalen van de Union Patriótico, die voorstander waren van de aansluiting bij Nederland, het sentiment nu omslaat. “Die zien ook dat naast het winkeltje van hun oom waar niet veel verdiend werd, maar wel net genoeg om de familie te eten te geven, nu een grote zaak verrijst van een Nederlander die denkt in termen investeren. Die kan het met zijn euro’s wel uithouden tot het kleine zaakje het heeft begeven.”

Er komt nog een referendum of er wel draagvlak is op Bonaire voor de wetgeving uit Nederland over homohuwelijk, abortus en euthanasie. “Ik kan me voorstellen dat dit inzicht geeft in het lokale sentiment”, zegt Beukenboom. “Als blijkt dat de gezamenlijke aanhang van de oude politieke rivalen met 60 of 70 procent tegen is, dan is het hek van de dam.”

Staatssecretaris van Financiën, Frans Weekers, heeft eind vorige maand tijdens zijn werkbezoek aan Bonaire toegezegd maatregelen te nemen voor lastenverlichting voor de inwoners van Caribisch Nederland, maar blijkbaar heeft niet enkel de tollenaar de stemming verziekt.

 


Zorg op Curaçao ver onder de maat

Het Slotervaartziekenhuis gaat een grote rol spelen in de gezondheidszorg van Aruba, Sint Maarten en Curaçao. Er is een concept van samenwerkingsovereenkomst met de ministeries van Volksgezondheid van deze eilanden. Daarin staat dat het Amsterdamse ziekenhuis medische specialisten gaat uitzenden die lokale mensen kunnen trainen en die kunnen ingezet worden bij gebrek aan lokale artsen.

Er komt ook online uitwisseling van medisch advies. De plannen moeten nog behandeld worden in de ministerraad van de respectievelijke eilanden.
In de overeenkomst is er sprake van gezamenlijke inkoop van apparatuur en medicijnen waardoor de kosten voor de kleine ziekenhuizen op de eilanden met de helft kunnen teruggebracht worden.

Samen met lokale inspecteurs gaan experts van Slotervaart toezien op de kwaliteit van de gezondheidszorg en klachten afwikkelen over medische nalatigheid. Slotervaart zou ook een adviserende rol spelen bij de plannen voor het nieuwe ziekenhuis op Curaçao en bij de uitbreiding van het Horacio Oduber ziekenhuis op Aruba.

De Arubaanse minister van Volksgezondheid Richard Visser slaakt een zucht van verlichting: “Eindelijk een partner die de mouwen wil opstropen en die ons direct kan helpen met het verbeteren van de kwaliteit van onze gezondheidszorg.”
Hij somt de argumenten op waarom de ziekenhuizen van de eilanden afzonderlijk te klein zijn om goede zorg te bieden op alle gewenste terreinen. Hij is er voorstander van dat ieder eiland zijn specialiteit ontwikkelt zodat patiënten van regio terecht kunnen in dat specifieke ziekenhuis waar de hoogste kwaliteit van zorg wordt gegarandeerd. Voor die ontwikkeling heeft hij Slotervaart als partner aangetrokken.

Op Curaçao zou de samenwerking met Slotervaart geen dag te vroeg komen. De artsen die werken op de intensive care van het Sint Elisabeth Ziekenhuis (Sehos) in Willemstad zeggen dat er onnodig mensen sterven op hun afdeling omdat er een schrijnend tekort is aan goed werkende medische apparatuur.

Laatst overleed een slachtoffer van een auto ongeluk aan een dubbele klaplong. Met een goed functionerend draagbaar röntgen apparaat op de afdeling zou de klaplong zijn ontdekt en zou de patiënt waarschijnlijk nog in leven zijn.
Directeur Javier Hernández van het Sehos zegt dat er nog meer apparaten aan vervanging toe zijn maar dat er geen geld is om nieuwe te kopen. Zelfs de aanschaf van medicijnen is soms lastig omdat er vaak onvoldoende fondsen zijn om leveranciers te betalen. Die kennen de financiële nood waarin het ziekenhuis verkeert en willen dat er contant wordt afgerekend. Omdat de tarieven niet kostendekkend zijn, maar de overheid die nooit heeft willen verhogen, zwemt het ziekenhuis nu in schulden. Hernández spreekt over een regelrechte crisis.

De inspectie voor Volksgezondheid die kritische vragen stelt bij de samenwerking met Slotervaart is er in al die jaren niet in geslaagd de kwaliteit van de zorg in het ziekenhuis boven een derde wereld niveau uit te tillen.
Tekort aan geld en apparatuur is iets waar het Sehos al jaren mee te kampen heeft. Vier jaar geleden smeekte de vorige directeur Douglas Pinedo al om apparatuur en om een nieuw ziekenhuis omdat het 150 jaar oude Sehos geheel niet meer geschikt is om moderne zorg te leveren.

Er zijn toen wel plannen gemaakt die voorzagen in het begin van de bouw in juli van dit jaar, maar daar is niets van in huis gekomen. Er zou een ziekenhuis gebouwd worden naar Deventer model, maar dat was door ruime toepassing van glas niet geschikt voor de zonnige tropen.
Nu is er weer een plan in voorbereiding voor een nieuw ziekenhuis op Curaçao. In augustus moet begonnen worden met de aanbesteding, volgend jaar zou de eerste steen moeten worden gelegd en het gebouw zou moeten klaar zijn in 2014.

Op Aruba is door minister Visser 60 miljoen euro vrijgemaakt voor de expansie en modernisering van het Horacio Oduber Hospitaal.


Sobre “Movimentos Sociais e Direitos Humanos – Memórias dos Anos 80” de Celso Maldos

Projeto Memórias dos Movimentos Sociais dos Anos 80

O resgate da memória dos movimentos sociais pouco tem sido abordado e debatido, contar a história desses movimentos e da reconstrução democrática do país nos anos 80, as mudanças e lutas partidárias que conduziram o Brasil ao cenário político da atualidade é de fundamental importância para que as novas gerações compreendam a recente história do país.

O documentarista Celso Renato Maldos, com o apoio da Petrobras digitalizou, decupou e transcreveu seu arquivo de vídeos para preservação e divulgação através de um site e um livro que estão em processo de realização.

Com muitas imagens e textos extraídos de aproximadamente 150 horas de gravações, disponibilizará um rico e ímpar material histórico, com 300 páginas em 4 cores, em português, inglês e francês, tem o título Memórias dos Movimentos Sociais dos Anos 80.

Este material, inédito aborda o cenário da resistência à ditadura militar e das ações da sociedade civil pela redemocratização compondo a retomada de lutas políticas e sociais impulsionadas por novos e antigos movimentos e organizações.

Nas cidades e no campo uma plêiade de movimentos sociais e de lutas impulsionaram as mudanças na economia e na ordem institucional, com a realização das eleições em todos os níveis, com a ampliação das liberdades democráticas e a expressão da pluralidade política e ideológica da sociedade brasileira. O material capta o contexto histórico, o surgimento e o impulso inicial dos inúmeros movimentos populares, com sua índole utópica e militante, com suas lideranças, jovens, homens e mulheres, de todas as regiões do país, de inúmeras categorias e lutas sociais, espelhando a rica diversidade étnica, cultural, social e política, que tem como momento importante daquele período histórico a participação protagônica dos setores populares na Constituinte de 1986-1988 e na conseqüente aprovação de nossa atual Constituição Federal.

O conjunto de imagens registra o que foi, certamente, o “big bang” da nossa história republicana recente e que, nos seus desdobramentos, constituiu, com seus avanços e contradições, o que é a nossa atual realidade política e social, particularmente o protagonismo “dos de baixo”, no dizer de Florestan Fernandes, frente à sociedade e ao Estado brasileiros.

A própria dinâmica deste amplo e diversificado conjunto de manifestações e lutas sociais produziu múltiplos registros. A identificação, descrição e disponibilização deste acervo possibilitará, certamente, compor uma visão mais multifacetada deste período histórico, favorecendo a percepção de aspectos importantes da dinâmica política e social recente no Brasil. Do ponto de vista do patrimônio imaterial, resgatar a memória deste período é fornecer instrumentos para que possamos compreender melhor nossa história e atuarmos no sentido da construção da nossa cidadania.

 

 


Over “Hoe ik Haïti overleefde” van Jean Mentens

Journalist Jean Mentens (de Volkskrant, EénVandaag, Hart van Nederland, Newsweek, De Morgen…) beschrijft minutieus hoe hij de aardbeving van 12 januari in Haïti ternauwernood overleeft, hoe hij ontsnapt uit Hotel Montana dat geheel is ingestort en hoe hij in het daaropvolgende uur een plek bereikt waar ook 44 andere overlevenden zijn terechtgekomen. Vanaf dan begint een persoonlijk relaas van alles wat hem die nacht en de volgende dagen overkomt: ontredderde mensen, taferelen van een totaal verwoeste stad, radeloze Haïtianen, VN-medewerkers die niet weten waar beginnen om de ramp te bestrijden, het leven in het blauwhelmenkamp, het wanhopig zoeken naar een manier om zijn familie gerust te stellen… Tot het moment dat hij Haïti kan verlaten en naar huis in Curaçao reist, waar zijn vrouw en kinderen al die tijd in angst en vertwijfeling hebben gezeten.

Dit diep emotionele verhaal wordt afgewisseld met heldere journalistieke hoofdstukken die historische achtergronden geven en in-zichten, noodzakelijk om het land en de ramp beter te begrijpen. Een maand later reist Mentens terug naar Haïti en leeft er tot half september in een tentenkamp dat speciaal voor VN-hulpverleners is opgericht. Het dagboek van de maanden dat Mentens weer in Haïti verblijft, vormt het tweede deel van het boek. Het levert inzichten op van de mensen die hij er ontmoet en die een bijzondere kijk hebben op het land, op de gebeurtenissen, de heropbouw en de toekomst van Haïti.

 

Jean Mentens  7.0 Hoe ik Haïti overleefde

ISBN 978-94-900-4607-1

224 pagina’s waarvan 16 pagina’s foto’s

€ 19,95

 

Enige reacties van lezers:

Beste Jean Mentens,

Ik wil u gewoon even vertellen, dat ik het boek van u in een keer heb uitgelezen. Prachtig geschreven en voor mij als adoptiemoeder van drie Haitianen een bijna verplicht boek. Ik ga het vele andere aanbevelen. Bedankt dat U dit geschreven heeft.

Vriendelijke groeten,

Marije Prudon

 

 

Beste Jean Mentens.

Uw boek 7.0 ; Hoe ik Haiti overleefde, heb ik in een ruk uitgelezen. Het was alsof ik met u meeliep, die nacht nadat hotel Montana ingestort was. Maar ik was vooral blij dat iemand een boek schreef waaruit een beetje duidelijker wordt waarom het niet zo eenvoudig is, snel resultaten te boeken. Ik werk bij Cordaid, een van de hulporganisaties. Sinds enkele maanden ben ik er “projectleider Haiti”. Ik wilde U vooral laten weten hoezeer ik uw boek gewaardeerd heb vanwege het in een kader plaatsen van het moeizaam verloop van de wederopbouw.

Vriendelijke groet,

Edith Boekraad

 

Beste Jean Mentens,

Ik was in Haïti met het medisch team van ontwikkelingsorganisatie ‘Horizon Holland’ als tropenarts. Iemand uit ons team had uw boek meegenomen, het ging van hand tot hand en ik geloof dat iedereen het gelezen heeft. Om iets te begrijpen van de geschiedenis van dit land, een persoonlijke beschrijving te lezen hoe u de bewuste dag heeft meegemaakt en hoe de maanden erna zijn verlopen vonden wij allen zeer informatief en boeiend. Dank voor het schrijven en ik kijk uit naar een volgend boek!

Hartelijke groet,

Josine Blanksma


Over “Narcostaat Mexico” van Cees Zoon

In de Mexicaanse drugsoorlog vallen meer doden dan in Afghanistan. De oorlog wordt door leger, politie en de kartels onderling op wrede wijze uitgevochten: lijken die aan een touw onder een viaduct hangen, lichamen die uit vliegtuigjes worden gegooid, en plastic zakken vol lichaamsdelen dikwijls voorzien van een ‘narcoboodschap’. Mexico ontbijt dagelijks met een overdaad aan gruwelijke nieuwsbeelden.
Jarenlang is er gewaarschuwd voor de Colombianisering van Mexico, maar die is allang voltooid. Mexico is een ‘narcostaat’ geworden. De narcos hebben bovendien hun stempel gezet op de hedendaagse Mexicaanse cultuur. De taal is erdoor veranderd en er is een compleet nieuw muziekgenre ontstaan: de narcocorridos of drugballades, waarin de drugsbazen als helden worden toegezongen. In de literatuur en de film is de drugscultuur het dominante thema geworden.
Narcostaat Mexico geeft een indringend beeld van de Mexicaanse drugswereld en de gruwelijke oorlog die het land en de Mexicaanse bevolking in zijn greep houdt. Maar het boek laat ook zien hoe de georganiseerde misdaad de hoofdpersoon is geworden van de cultuur van Mexico in al haar facetten.

Wat de pers schrijft over Narcostaat Mexico:
‘Hoewel Zoon de gruwelijke taferelen kalm beschrijft, is het smullen voor liefhebbers van het lugubere en het absurde. Een film van Quentin Tarantino is er niets bij.’  Financieel Dagblad
‘De afwisseling tussen reportagejournalistiek, historische analyse en het inbedden in een groter geheel maakt het een geslaagd en belangrijk boek voor wie verder wil kijken dan de korte nieuwsberichten.’ 8WEEKLY
‘Zoon is op zijn best als hij de narcocultuur beschrijft.’ Elsevier Weekblad


Isla op de agenda van Schotte

Voor vandaag is er in Willemstad een protestmars gepland tegen de zware milieuhinder veroorzaakt door de Isla petroleumraffinaderij.

De demonstranten hebben bijval gekregen uit onverwachte hoek: voor het eerst lijkt een Curaçaose premier zich iets aan te trekken van de gezondheid van de eilandbewoners die al jaren onder de giftige rook leven van de olieraffinaderij.

Premier Gerrit Schotte zegt over de Isla in een concept beleidsnota die hij aan minister Piet Hein Donner van Koninkrijksrelaties heeft gestuurd, dat het een “vervuilende industrie is die overlast bezorgt voor omwonenden en schadelijk is voor het milieu”. Hij wil niet meer alleen nadenken over de economische aspecten van de nu 93 jaar oude olieraffinaderij in het midden van Willemstad. Hij vindt het “onaanvaardbaar dat met regelmaat kinderen van scholen naar huis moeten worden gestuurd omdat de uitstoot zwaar overlastgevend is.” Dat aspect wil hij nu meenemen in de overweging voor het “niet of wel kiezen van olieraffinage als economische activiteit voor de toekomst.”

De vorige kabinetten hielden er vooral struisvogelpolitiek op na omdat het probleem zo groot was geworden dat het nog nauwelijks aan te pakken viel zonder onder ogen te moeten zien dat de raffinaderij eventueel zou moeten sluiten. Dat zou een verlies van werkgelegenheid opleveren op Curaçao en tot lastige onderhandelingen leiden met de Venezolaanse staatsoliemaatschappij PdVSA. Die huurt nog tot 2019 de Isla installaties.

Milieuactivisten stellen dat er gemiddeld jaarlijks 18 mensen overlijden aan de gevolgen van het inademen van de Isla rook. Ze zijn ook al jaren bang voor een grote ramp met de aftandse raffinaderij. Er is door de overheid nooit een calamiteitenplan opgesteld of nagedacht over grootscheepse evacuatie.

Peter van Leeuwen, voorman van milieuorganisatie SMOC voert actie tegen de Isla en tegen de eilandelijke overheid, die eigenaar is van de raffinaderij. Hij heeft al vele juridische procedures gewonnen maar dat heeft weinig beweging bij de overheid losgemaakt. Hij blijft sceptisch, maar zegt dat “de beleidsnota er op papier veelbelovend uitziet”. Hij vind het na jaren van officieel zwijgen “absoluut winst” dat nu voor het eerst de milieuproblematiek thema is bij de beleidsvorming. “Maar”, zo zegt hij, “er is zoveel feitenmateriaal over de schade die de Isla aanricht dat er eigenlijk direct wat ondernomen zou moeten worden.”

Hij hoopt dat snel de juiste experts worden aangetrokken die de bestaande milieuwetgeving implementeren en die de daad bij het woord voegen als het gaat om handhaving van de normen. Nederland heeft overigens geld gegeven voor versterking van de lokale milieudienst, voor meting van de uitstoot en voor handhaving van de hinderwet.

Schotte wil opschieten. Hij geeft zich nog tot het einde van het jaar de tijd om met een uitgebalanceerd plan te komen voor de raffinaderij na 2019. Sluiting wordt niet uitgesloten. Andere opties zijn de raffinaderij aanpassen aan aanvaardbare normen of een nieuwe raffinaderij bouwen op een andere locatie. Deze opties vragen om investering van miljarden.

De Curaçaose premier wil zo spoedig mogelijk naar Venezuela om het met PdVSA te hebben over de plannen voor de Isla. Er is ook nog een andere reden om daarover zo spoedig mogelijk met de huurder te praten. De internationale kwaliteitsnorm voor brandstof die van kracht wordt in 2014 gaat de sterk zwavelhoudende dieselolie die nu door de Isla wordt geproduceerd onverkoopbaar maken.

Het valt ook nog te bezien of de ambitieuze jonge premier geen problemen krijgt met zijn coalitiepartners. Die hebben zich in het verleden verzet tegen het hard aanpakken van de Isla en de optie van sluiting van de raffinaderij steeds van de hand gewezen.

 

 

 

 

 

 

 


Ruzie is politiek

De Curaçaose premier Gerrit Schotte en Emsley Tromp, president-directeur van de Centrale Bank van Curaçao en St. Maarten, rollen al ruziënd over de voorpagina’s van de lokale kranten. Ze beschuldigen elkaar wederzijds van corruptie.

Tromp zegt harde bewijzen te hebben over fout gedrag van drie ministers uit de huidige regering, inclusief de premier, en heeft aangekondigd aangifte te willen doen bij het Openbaar Ministerie.

In een rechtstreeks op tv uitgezonden persconferentie vroeg Schotte uitleg over een dubieuze lening van 1,2 miljoen euro waar Tromp bij betrokken zou zijn en waarvan een gedeelte zou zijn doorgesluisd naar diens eigen rekening.

Schotte en Tromp liggen elkaar niet. Ze spelen elkaar al enige tijd verwijten toe via de pers. Tot nog toe vonden ze elkaar slecht functioneren op de posities die ze bekleden en vonden ze van elkaar dat ze de ontwikkeling van het nieuwe land Curaçao in de weg stonden.

De vlam sloeg in de pan toen Tromp vond dat “er op hem wordt gejaagd” door de ministers van Financiën en van Economische Ontwikkeling en beschuldigde ze van corruptie. Hij werd bij de premier ontboden voor een gesprek daarover maar dat draaide uit op geroep en getier in de gangen van Fort Amsterdam.

Toen op 10 oktober van vorig jaar de Antillen werden afgeschaft, zijn zowel Curaçao als St. Maarten autonome landen geworden, maar ze hebben nog wel samen een Centrale Bank. Op Curaçao kwam na de verzelfstandiging de vroegere oppositie aan de macht. Emsley Tromp bleef aan als topman van de Centrale Bank. Hij wordt gezien als een exponent van de vorige regering.

Over de wederzijdse beschuldigingen is een spoedvergadering van het parlement ingelast, maar dat is meestal niet de eerste plek waar de politieke strijd wordt uitgevochten.

Topstukken uit de oude en uit de nieuwe regering vegen elkaar dagelijks de mantel uit in de krant en op radio en tv. Iedereen vindt transparantie en strijd tegen corruptie een topprioriteit. Dat leidt ertoe dat met grote regelmaat de vuile was wordt buiten gehangen.

 

 

 

 


Migranten op de korrel

“Da You” is niet meer de pittoreske Chinese toko van weleer. De winkel van eigenaar Youhong Zhen is uitgegroeid tot een praktische, moderne buurtsuper. Maar net als vroeger, toen het nog een rommelig zaakje was, is hij open vóór acht uur ‘s ochtends en sluit hij nooit vóór tienen ‘s avonds.

Het houten bankje voor de deur is ook gebleven. Dat is nog steeds de ontmoetingsplek bij uitstek voor de Curaçaose mannen die in de loop van de dag grote behoefte krijgen aan een koud biertje.

Elke buurt heeft zo een zelfde minimarkt en bijna altijd wordt die gerund door een Chinese migrant met zijn familie. Als die kleine supermarkten er niet zouden zijn, moesten ze uitgevonden worden want zonder het onvoorstelbare assortiment aan spullen dat er wordt verkocht, ook nog eens aan de laagste prijzen, functioneert de buurt niet. Om van de noodzakelijke voorziening van koude biertjes maar niet te spreken!

De eigenaren worden nog steeds zonder veel eerbied met “hé chino” aangesproken. Het wordt de nijvere Chinezen, die letterlijk elke dag van het jaar de hele dag open zijn, nu bovendien ook nog eens verweten dat ze de Curaçaose economie schade berokkenen.

Volgens de Partido Laboral worden er door de Chinezen geen lokale arbeidsplaatsen gecreëerd en exporteren ze deviezen. “Wij zijn niet tegen migranten, maar hun bedrijfsvoering mag niet tegen ons land en volk gericht zijn”, zegt de partij. In een persbericht wordt betreurd dat het voornamelijk de Chinezen zijn die de laatste jaren zijn doorgedrongen in de minimarkten en de kleine restaurants.

Zonder veel bewijsvoering worden de Chinezen ook in verband gebracht met illegaal gokken, illegale prostitutie en handel in illegale producten. Het schijnt dat de Chinezen alles kunnen doen zonder gehinderd te worden door justitie, schrijft de PL. “De lokale Chinese economie levert oneerlijke concurrentie op voor lokale bedrijven die wel gebonden zijn aan controle op arbeid, hygiëne en belastingen.”

Deze hetze tegen de Chinezen is nieuw. Er is misschien altijd wel iets van onderhuidse frictie geweest tussen de lokale bevolking en migranten, maar het is nu virulent omdat er blijkbaar politiek mee gescoord kan worden.

De Partido Laboral is een kleine linkse partij die is voortgekomen uit een vakbond en heeft ooit redelijk succes gehad. Hun “swooping statement” over de Chinezen heeft veel mensen verrast. Bij de laatste verkiezingen hebben ze echter geen zetels meer gehaald. Met dit migranten thema komen ze weer in de belangstelling.

Het groeiende politieke sentiment om Curaçao te willen teruggeven aan de Curaçaoënaars richt zich niet alleen tegen de Chinezen.

Er wordt ook luid afkeer geventileerd van Nederlandse stagiairs. Daar zijn er zo, het hele jaar door, gemiddeld een duizendtal van te vinden op het eiland.

Jaime Cordoba van Pueblo Soberano (PS) heeft het over die “horde Nederlanders” en beweert dat “de lokale studenten amper stageplaatsen kunnen krijgen terwijl de Nederlandse studenten kunnen kiezen”.

Partijleider Helmin Wiel van PS meent bovendien dat die Nederlandse stagiaires na hun stageperiode hier blijven werken en zo banen inpikken van de lokale bevolking.

Dat soort oprispingen tegen Europese Nederlanders zijn er altijd wel geweest, maar nu zit de PS, die daar graag gebruik van maakt, in de regerende coalitie.

“Het vinden van een stageplek is inderdaad niet eenvoudig,” zegt Maarten de Jong, directeur van “Bureau Wereldstage” die bij lokale bedrijven bemiddelt voor Nederlandse stagiairs. Als de gewenste stageplek niet gevonden wordt door een lokale student, heeft dit volgens hem niets te maken met de aanwezigheid van Nederlanders.

Hij is in gesprek met de ministers van Onderwijs, Economische Zaken en Sociale Zaken om het negatieve sentiment te keren en zijn bureau ook dienstbaar te maken voor de lokale studenten.

De Curaçaose studenten zouden volgens hem toch ook pro-actiever te werk moeten gaan. “Het vinden van een stage is bijna een vak op zich en de studenten hier kunnen op dat gebied nog veel leren”, zegt hij. “De docenten moeten niet op zoek gaan, maar slechts kennis van zaken aanreiken. Hierna moeten de studenten zelf gaan solliciteren.”

Pueblo Soberano is begonnen met een kruistocht tegen alle migranten. Ze combineren de hekel aan buitenlanders met oprechte zorg over de werkloosheid, die vooral onder de lokale jongeren erg hoog is. De partij heeft een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat ervoor moet zorgen dat elk bedrijf op het eiland voor minstens 80 procent lokale mensen in dienst heeft.

Wiels wil dat vooral in de horeca en in de bouw Curaçaose arbeidskrachten worden tewerkgesteld, want “die moeten tegenwoordig toezien hoe voornamelijk niet-lokalen aan bod komen”, aldus Wiels. Als de wet wordt aangenomen, worden bedrijven bestraft die minder dan 80 procent lokale arbeidskrachten in dienst hebben. Uiteindelijk kan zo’n bedrijf zelfs gesloten worden.

In een populair eetcafé op het Wilhelminaplein in het hartje van Willemstad zijn de obers een mix van jonge Hollandse en Curaçaose meiden. De samenstelling wisselt zowat om het halve jaar. “Het is voor bijna iedereen die hier werkt eerder een tussenstation dan een carrière, zegt een serveerster met blonde krulletjes die net het eten brengt voor een tafeltje met Curaçaose klanten. Ze is geen stagiaire, maar verdient wat bij tot ze voor een vaste baan weer naar Nederland moet. Voor een lang gesprek over dreigend sluitingsgevaar heeft ze geen tijd want het is aanpoten rond de lunch.

Dat 80/20 wetsvoorstel is, sedert het werd ingediend, wel het gesprek van de dag. Dat kan ook niet anders, want op Curaçao zijn migranten onmisbaar om de dagelijkse gang van zaken draaiende te houden. Leraren komen vaak uit Suriname, de meubelhandel wordt gedreven door Libanezen, de lokale landbouw gebeurt door Portugezen, er wordt rond de villa’s in de betere buurten getuinierd door Haïtianen, de kappers en schoonheidsalons worden bevolkt door personeel uit de Dominicaanse Republiek. Er zijn mensen van 107 nationaliteiten op een eiland met 143.000 bewoners.

Een arbeidskrachtenonderzoek uit 2009 van het Curaçaose Centraal Bureau voor de Statistiek toont aan dat maar 73 procent van de beroepsbevolking een lokale arbeidskracht is. Zes procent is in Nederland geboren en 21 procent ergens anders.

Het aantal op Curaçao geboren werknemers is in 2009 ook nog eens met ruim 1.000 personen afgenomen, terwijl er bijna 1.300 buitenlandse werknemers zijn bijgekomen.

Van het totaal aantal buitenlanders op Curaçao is 6 procent werkgever en 12 procent kleine zelfstandige. Dat lijkt allemaal nogal mee te vallen, maar het klinkt anders in het perspectief van de Curaçaose economie: slechts 59 procent van de werkgevers is lokaal en 41 procent is buitenlands. Onder kleine zelfstandigen zijn de percentages respectievelijk 56 en 44 procent.

Joep Rooijakkers, de manager van een groot vervoers- en verhuisbedrijf, geeft de 80/20 wet geen kans. Hij heeft zelf voornamelijk Curaçaoënaars in dienst, dus het treft hem straks niet, maar hij begrijpt wel dat zonder import de hoeveelheid werk die er op het eiland is niet verzet kan worden. Zowel aan de bovenkant als aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn er migranten nodig voor jobs die de lokale bevolking niet kan of niet wil uitvoeren. “Het is grotendeels politieke retoriek,” zo zegt hij, “maar het houdt de gemoederen wel bezig.”

De kritiek op buitenlandse aanwezigheid op Curaçao is vaak ook gewoon kritiek op de mores van die buitenlanders.

Meestal spoort de manier van doen van de migranten niet met de traditie van de lokale bewoners. De migranten zijn druk met het boetseren van hun toekomst en doen dat op hun eigen manier. Ze zijn nu wel op Curaçao, maar dat is niet altijd het centrum van hun wereld.

De lokale bewoners hebben er vaak niet zo’n grote behoefte aan om door migranten te worden meegenomen in een grote vaart der volkeren. Ze houden er liever hun eigen manier van doen op na. Daarom mengt migrantenarbeid en lokale arbeid als olie en water en heerst er groot wederzijds onbegrip.

Respect voor de lokale gang van zaken, op het eigen eiland gerespecteerd worden als Yu di Kòrsou (Curaçaoënaar, in het Papiaments), dat is waar het schoentje knelt.

Ultranationalist Wiels verduidelijkte in een radio interview: “Iemand die hier gevestigd is en wiens papieren in orde zijn kunnen we beschouwen als Yu di Kòrsou, als die hier al geruime tijd woont. Als je onze taal spreekt, onze gewoonten, onze mensen, onze muziek en onze geschiedenis respecteert, dan ben je Yu di Kòrsou.”

Aan die criteria voldoet Youhong Zhen meer dan voldoende, maar hij heeft er niet zo’n behoefte aan om als Curaçaoënaar gecoöpteerd te worden. Als alles volgens plan verloopt gaat hij – na meer dan 10 jaar op Curaçao – tegen het eind van het jaar naar New York om daar een winkel te beginnen. Voor hem was de wereld al groot, nog vóór hij naar Curaçao emigreerde.

Overigens heeft bijna de helft van alle Curaçaoënaars in de loop van de jaren hun bestaan ergens anders op de wereld vorm gegeven. De andere helft is op het eiland gebleven.


Referendum Bonaire


KRALENDIJK – Bonaire is de enige Nederlandse gemeente die alleen maar bereikbaar is per vliegtuig. Op het luchthaventje is meteen duidelijk dat dit eiland nu geen deel meer uitmaakt van de Antillen: het paspoort wordt er voortaan nagekeken en gestempeld door een agent van de marechaussee, net als op Schiphol.

Vandaag wordt op het eiland een referendum gehouden waarbij ruim 9600 stemgerechtigden mogen zeggen of de pas verworven status van bijzondere gemeente van Nederland ze wel bevalt.

Die status is op 10 oktober ingevoerd, maar al van vóór die datum was er twijfel onder een flink gedeelte van de Bonairianen of dat wel het beste voor ze was. Met de aansluiting bij Nederland kwam de euthanasiewetgeving, het homohuwelijk en legale abortus op ze af en dat spoorde niet met de eigen traditie. Ook zouden de bewoners niet dezelfde sociale voorzieningen krijgen als in Nederland, dus wat was het waard, die aansluiting bij het verre moederland?

Van die angst of twijfel is nu maar weinig te voelen. Slechts aan kleine dingen zoals de marechaussee op de luchthaven is goed te zien dat er wat is veranderd, maar eigenlijk gaat twee maanden na de staatkundige verandering het dagelijkse Bonairiaanse leven grotendeels zijn oude gangetje.

“Er wordt ondertussen een dialyse centrum en een mortuarium bij het ziekenhuis gebouwd. Daar zaten de Bonairianen al 20 jaar op te wachten. Ze hebben nu allemaal een ziektekostenverzekering, het afvalwater van de cruiseschepen wordt eindelijk gezuiverd voor het weer de zee in gaat en de middelbare scholieren hebben gratis nagelnieuwe schoolboeken uit Nederland ontvangen, maar de impact van dit soort veranderingen is nog niet goed voelbaar”, zegt Marieke Serruys, beleidsmedewerker van het Bonairiaanse bestuur: “de uitwerking van het nieuwe belastingstelsel is nog onduidelijk, de gepensioneerden menen er op achteruit te gaan, maar er is na 10 oktober geen grote golf van onvrede over het eiland gespoeld waardoor het referendum is gaan leven.”

“Als de aansluiting bij Nederland de Bonairianen niet bevalt, kunnen we er best nu over praten. Als we moeten wachten op het eerste evaluatiemoment over vijf jaar en de mensen zijn er niet blij mee, hebben we pas in 2020 de gewenste status”, zegt gedeputeerde Anthony Nicolaas van staatkundige structuur, voorstander van een lossere associatie met Nederland met meer autonomie voor het eiland.

Coalitiepartner UPB vindt het al lang goed en heeft de kiezers opgroepen thuis te blijven. “We krijgen een niveau van voorzieningen dat we nooit zelf hadden kunnen betalen,” zegt politicus Ramoncito Booi die in de vorige eilandelijke regering over de band met Nederland heeft onderhandeld. Hetzelfde argument hanteert de oppositie maar die noemen het “uit de hand van Nederland eten” en vrezen daardoor eigen zeggenschap in te leveren.

Als de opkomst vandaag minder is dan de helft van de stemgerechtigden, heeft het referendum geen rechtsgeldigheid. Dan blijft huidige situatie bestaan en wordt de ingeslagen weg verder bewandeld. Mocht er toch een meerderheid tegen de huidige gang van zaken zijn, dan moet Nederland tegen heug en meug weer naar de onderhandelingstafel.


Interview uittredend premier Emily Jongh-Elhage

– U bent nog 1 dagje premier van de Nederlandse Antillen, maar dat land houdt zondag op te bestaan. U bent daarna ambteloos burger, wat gaat u doen vanaf maandag?

Mijn dochter is op bezoek en die krijgt even al mijn aandacht, maar daarna ga ik meer doen voor mijn partij, de PAR. Ik ga niet uit de politiek maar ik wordt ook niet meteen Statenlid hoewel ik verkozen ben met het grootste aantal voorkeurstemmen, dat komt later wel. Ik probeer eerst mijn bindende rol op dit eiland te blijven spelen. Ik wil me inzetten voor de jeugd, de sport en de bejaarden. Donderdag ga ik de laptops voor de VMBO scholen uitdelen.

– Breekt het U op dat U niet de premier wordt van het nieuwe land Curaçao?

De PAR is als grootste partij uit de stembus gekomen maar heeft nooit de kans gehad om te onderhandelen over regeringsdeelname. Ik denk dat Gerrit Schotte per se premier wilde worden en dat daar al afspraken over bestonden met Charles Cooper van de MAN uit de tijd dat Schotte uit die partij stapte. Ik heb na de verkiezingen direct van de MAN een brief gekregen dat ze niet met ons wilden onderhandelen. Het heeft me verrast dat Schotte en Cooper wel zaken hebben willen doen met Helmin Wiels van de PS, ik vind dat een gevaarlijk heerschap. Hij zaait haat.

– Jamaar, breekt het u op dat u niet de persoon bent die als premier de vlag hijst van het nieuwe land: U heeft daar toch vier jaar lang over onderhandeld met Nederland.

De nieuwe coalitie stapt in een gespreid bedje. Er is voor het eerst in tijden een begrotingsoverschot, er zijn goede afspraken gemaakt met Nederland. Ze gaan precies doen wat wij voor ze hebben voorbereid. Ze hebben nog steeds niet verteld wat ze anders willen gaan doen. Dat wij nu niet in de regering zitten, heeft te maken met onszelf. Misschien hebben we te weinig of niet goed gecommuniceerd over onze plannen en over wat we hebben bereikt. Daarom moet ik mijn rol van bruggenbouwer nu blijven spelen en samenwerking zoeken.

– Wat gaat er veranderen voor de eilanden na 10-10-10?

Er zal minder bureaucratie zijn, want er valt een bestuurslaag weg. De BES-eilanden zullen al spoedig gaan merken dat ze vanuit Nederland worden bestuurd.

– U zegt dat er minder bureaucratie zal zijn, maar er blijven wel evenveel ambtenaren.

Er zijn veel ambtenaren van de Nederlandse Antillen die dezelfde taak nu gaan uitvoeren voor het nieuwe land Curaçao of St. Maarten. Denk aan douane of politie. Er is niet zo veel overlapping tussen de bestuurslagen als je denkt, maar de komende vijf jaar zullen er door natuurlijk verloop 800 ambtenaren verdwijnen. We hebben de laatste maanden contracten tijdelijk verlengd van meer dan 100 mensen. Die zullen als eersten op pensioen gaan of afvloeien.

KADERTJE

Wat verandert er na maandag voor Bonaire, Saba en St. Eustatius (de BES-eilanden) die een speciale gemeente worden van Nederland en voor Curaçao en St. Maarten die autonome landen worden binnen het Koninkrijk?

– De Amerikaanse dollar wordt vanaf 1 januari wettig betaalmiddel op de BES-eilanden, niet de euro. In een overgangsperiode zullen de Antilliaanse gulden en de dollar samen geaccepteerd worden. De bevolking vreest dat met de invoering van de dollar de prijzen zullen stijgen.

– Op Curaçao en St. Maarten komt een Caribische gulden, maar wegens tijdnood wordt die pas waarschijnlijk in 2012 ingevoerd.

– Op de BES eilanden wordt stapsgewijs de Nederlandse wetgeving inzake abortus, euthanasie en het homohuwelijk ingevoerd; dat zijn op die eilanden zeer controversiële onderwerpen en er bestaat veel verzet tegen. Het grote argument is dat voor wat betreft dat soort kwesties Nederland wel gelijkvormigheid eist, maar die niet wil gunnen voor wat betreft sociale voorzieningen.

– Op St. Maarten en Curaçao verandert er weinig want de meeste plannen zitten nog in de pijplijn. Er is afgesproken dat men nog twee jaar de tijd neemt om alle gewenste en met Nederland afgesproken veranderingen door te voeren.

– Nederland is straks verantwoordelijk voor politie en justitie op alle eilanden en houdt de financiën in het oog.


La distribution d’outils a mis fin à une situation de féodalité

LES ANGLAIS – Célias Canger est un petit paysan âgé. Il habite à La Source, une localité de la commune des Anglais, le terroir des haricots noirs dans le département Sud d’ Haïti. Il ne se rappelle de ne jamais avoir possédé d’une houe ou d’une pelle pour travailler ses petites parcelles, ou que sa famille ou ses parents possédaient des outils pour travailler leur terre, sauf peut-être la machette.

Avant que la FAO ait distribué des houes, des dérapines, et des machettes de bonne qualité brésilienne, chez lui à La Source, ils ont toujours dû emprunter les outils d’un des grands propriétaires afin de pouvoir cultiver leur propre terre. Lui, en troque, exigeait deux jours de travail sur sa propriété par jour de prêt, pour chaque outil. Bien acquis pour le grand propriétaire qui se garantissait ainsi d’une main d’œuvre gratuite, mais mauvais pour le développement des propres parcelles aux petits agriculteurs qui par manque de soins ne rapportaient qu’ une récolte modeste.

“Chez nous, il n’ y a pas d’agriculture mécanisée”, dit Norpélus Paul André, animateur du projet de distribution d’outils de la FAO : “la terre est travaillée par les bœufs et par les gens. Typiquement, on travaille une semaine sur son propre lopin et pour le reste du mois on est occupé sur le terrain du grand propriétaire ; ainsi on n’aura jamais d’argent pour s’acheter une houe.”

“Ces outils ne m’ont pas seulement aidé, mais tout le village est mis en route,” dit Canger, “maintenant les grands propriétaires doivent nous payer s’ils veulent qu’on travaille pour eux, donc ça nous arrange en double.”
Léoné Ludger habite une grande maison au centre de la commune des Anglais. Il est propriétaire de 10 carreaux de terre fertile : c’est un des propriétaires les plus importants de la région. Ensemble, les petits paysans possèdent presque la moitié de la terre cultivable dans la région. Ils ont hérité leurs petits champs de leur père, ou ils les louent. Une dizaine de grands propriétaires possède l’autre moitié.

Aux mois de novembre et de décembre, pendant la campagne d’hiver des haricots, Ludger emploie de trente à trente-cinq personnes chaque jour et il paye 50 gourdes par personne pour une journée de travail. Il ne reste guère de main d’œuvre gratuite dans la région.

Malgré la mauvaise route, l’agronome Fritz Arné de la FAO s’est déplacé des Cayes à la commune des Anglais pour contrôler si la distribution d’outils est effectuée comme il faut. “A part les outils nous avons aussi distribué des semences de meilleure qualité. En général je dirais que plus de quatre mille cinq cent bénéficiaires ont pu compter sur nous. Ils peuvent rentabiliser leurs terres dans le périmètre irrigué. Leurs récoltes seront sans doute d’une qualité nettement supérieures par rapport à ce que ils obtiennent traditionnellement. Par ailleurs, beaucoup de gens commencent à se faire un potager auprès de leur maison: maintenant ils ont le temps et le matériel nécessaires pour y réussir.” Pour remercier la FAO, les villageois sont descendus sur la route en chantant et en dansant, secouant leurs outils en l’air. Avec grande satisfaction Arné rejoint la foule.

Cadre / Fichier
Suite à la hausse des prix des produits alimentaires en 2008 et le passage de quatre ouragans successifs, le gouvernement d’Haïti, avec un prêt du FIDA, a sollicité l’appui de la FAO en vue d’élaborer des projets de relance de la production agricole.
Ce programme d’urgence et de réhabilitation, d’une valeur de US$ 10 millions, a eu comme but le recouvrement rapide des moyens de subsistance des agriculteurs les plus touchés.
Dans le cadre de ce projet, la production agricole a été effectivement relancée par la distribution de semences de bonne qualité, d’outils aratoires et la formation des petits producteurs.

En termes d’outils, 24.600 kits ont été distribués dans tous les dix départements entre avril et décembre de 2009. Chaque kit consistait en général de trois outils: une houe, une pioche ou une dérapine et une machette, d’une valeur de $ 25 par kit.

Jean Mentens – FAO-Haïti
Décembre 2009


Combattre la faim au mètre carré

PORT-AU-PRINCE – Angelita Alexandre, mère de quatre enfants, habite Caradeux, un bidonville dans le Nord-Est de Port-au-Prince, la capitale d’Haïti. Elle est une des 1.9 millions de personnes considerées condamnées à la sous-alimentation sévère dans ce pays, mais aujourd’hui, elle a cueilli assez de gombo de son mini potager urbain pour en faire une bonne soupe, que sa famille mangera dans les prochains jours.

Pendant des semaines, elle va encore cueillir du gombo – et d’autres légumes – de son potager d’un mètre carré, coincé entre sa maison en blocs de béton et le mur qui sépare son terrain de celui du voisin. Elle a dégagé même un petit coin pour y mettre un clapier pour l’élevage d’un petit lapin.

Une autre famille dans le quartier a aussi son petit jardin de légumes, même avec la terrasse cimentée autour de leur maison d’une seule pièce, consisté de quelques pneus de voiture remplis de terre fertilisée, un seau qui avait déjà un trou et la caisse d’un téléviseur cassé. C’est là dedans qu’ils soignent leurs onions, leur salade et leurs tomates. Ils ont un poulailler et ils vendent les œufs.

A Caradeux, 326 familles participent à un projet de potagers urbains, aidé par l’Organisation des Nations Unies pour l’alimentation et l’agriculture avec l’appui financier généreux du gouvernement Canadien. A Cité Soleil, le quartier le plus pauvre de Port-au-Prince, il y a 350 familles qui y participent et à Jalousie, un taudis de Pétion-ville, il y a 226 participants.

Ces potagers aident littéralement les mères des bidonvilles à payer l’école de leurs fils. Après la nourriture, ce sont les frais d´éducation des enfants qui constituent la plus grande partie du budget. Ce que les familles dépensent pour pouvoir envoyer leurs enfants à l’école pourrait aussi être dépensé à la nourriture de la journée. Maintenant le jardin a produit la nourriture.

Ce sont en grande majorité les femmes qui soignent les touts petits potagers. Elles donnent régulièrement à manger à prèsque 4500 personnes au total. Les vegétaux sont plantés et semés selon un système ingénieux qui rend possible la récolte d’une douzaine de légumes durant toute l’année. Quand les habitants ont assez d’espace pour une cage ou un poulailler, ils élèvent des lapins ou des poules pour la viande ou les œufs.

“La plupart des participants au projet se souviennent encore comment il faut soigner un potager de l’époque où ils étaient encore paysan et qu’ils habitaient la campagne. Il n’était question que de les encourager et de leur donner des semences de qualité”, dit Ricardo Saint Aimé, l’agronome de la FAO qui visite Caradeux deux fois par semaine. Il y inspecte les mini jardins, ammène les semences à planter de la saison et ajoute son savoir-faire. “Ils croyaient toujours que jardiner en ville est impossible, mais avec les premiers résultats positifs vient la confiance.”

Le projet entre dans sa troisième année et est considéré un vrai succès. Au démarrage du projet, les premiers mini-jardins florissants ont donné l’exemple aux autres et maintenant il y a deux fois plus de participants que l’on voulait atteindre au début, mais l’idée du jardinage urbain doit s’étendre encore.

“Je suis tellement heureuse quand je sers la soupe de gombo à mes enfants quand ils reviennent de l’école”, dit Mme Alexandre, “mais je serais encore plus heureuse si les autres mères commençaient leurs propres potagers: ça ne leur donnerait pas seulement la satisfaction de pouvoir donner à manger à leurs enfants, mais ça éviterait aussi qu’elles me piquent mon lapin la nuit.”

L’agronome Saint Aimé de la FAO est prêt à élargir son projet. “Il y a encore assez de gens sous-alimentés dans les bidonvilles qui aimeraient beaucoup se lancer dans le jardinage urbain”, dit-il, “mais pour le moment nous sommes en attente que les bailleurs se présentent, même pour pouvoir continuer avec le projet en cours.”

Fichier

Après que la valeur des projets de potagers urbains avait été prouvée dans les bidonvilles de Colombia, du Chili et de l’Argentine, la FAO a commencé avec le projet dans les quartiers les plus défavorisés de Port-au-Prince et à Jérémie (province de Grand Anse) en 2007 avec un budget de 920.000 dollars canadiens, provenant de “l’Agence Canadienne pour le Développement Internationale” (ACDI). L’initiative fait partie du “Programme d’apaisement social” du gouvernement haïtien pour combattre la faim dans les zones urbaines les plus pauvres.

Conçu pour enseigner à 1000 familles de faire le jardinage chez eux et pour leurs propres besoins, maintenant presque le double des familles participe au programme en deux provinces de Haïti.

Les maraîchers sont vendus pour remplacer les réserves de terre fertilisée, de semences ou des animaux de ferme, mais pour la plupart ils sont partagés entre les participants au projet. Sept agronomes de la FAO travaillent à plein temps pour encadrer les agriculteurs urbains, dont 85% sont des femmes. Des petits “jardins modele” fonctionnent comme des centres d’apprentissage et de distribution de semences et de plantes. Les techniques correctes y sont enseignées et un superviseur FAO est toujours sur place pour donner un coup de main à ceux qui en ont besoin.

Si une famille pauvre veut s’assurer d’un niveau d’éducation pour ses enfants de qualité comparable à celui d’une famille de plus de ressources, elle est forcée à réduire le budget pour la nourriture, parfois même jusqu’à soixante pourcent. C’est le dilemme devant lequel les familles pauvres se voient placés: choisir entre l’éducation des enfants, ou le repas complet. Les potagers urbains aident à échapper à ce dilemme.

Le fait de savoir qu’on donne à manger à soi même est décisif; les agriculteurs urbains sont très fiers de ce qu’ils produisent et ils ont bien compris que ça les libère de quémander l’aide alimentaire.

Les évaluateurs indépendants ont approuvé le projet et la supervision de la FAO, comme les visiteurs officiels de l’ACDI, sont très contents du succès obtenu jusqu’à maintenant.

Jean Mentens / FAO-Haïti
Novembre 2009


Feeding Haiti drop by drop

Women farmers embrace new irrigation system to heal soil and boost vegetable output

Dilaire, Haiti, 25 May 2009

Huguette Charles,  President of “Tet Kolé Fanm Dilaire” a rural women’s association in the village of Dilaire in Haiti’s north-eastern tip,  made sure on the day the ‘foreign’ experts arrived to explain how to operate a new irrigation system she had full quorum.

All 35 members of the came to hear FAO agronomists explain how to operate the drip system that was to be installed on a carefully prepared quarter of an acre of land. “We will be able to grow vegetables, not only enough to feed our families but even to sell at the local market and get a steady income”, Charles told the assembled group.

FAO has introduced a pilot drip irrigation system in this remote spot just a few miles from the border with the Dominican Republic, under an EU-funded project that aims to boost agricultural production whilst at the same time making better use of natural resources.

Drip irrigation uses less water and does not wash away the top layer of fertile earth. The tubing and other equipment to lay out the irrigation network was a donation in kind from the Dominican Republic where the environmentally-friendly irrigation technology is already being used.

Prior to the training session, FAO agronomists had dug a well and installed a pump for the women’s group. They also advised the woman to fence their plot to avoid theft and carefully prepare horizontal beds on the slope of the hill for the hoses of the drip system to rest upon. The FAO agronomists told the women to expect much larger yields, as long as the system was operated on time, at the same time every day.
FAO’s prime concern in north-east Haiti is to avoid erosion in an area that still has good soil for farming.

Volny Paultre, a senior FAO agronomist, explained to the women farmers of Dilaire that drip irrigation does not wash away the top layer of fertile earth and helps to economize water. “It gives farmers independence from the rainy season,” he said.

According to Paultre, the drip system will allow three harvests a year and thus thee times more output of produce than the traditional way of farming. He invited the woman of Dilaire,to prove he’s right and make their plot a showcase and a model for the whole region. “The women of Dilaire have proven they can be trusted”, said Huguette, “we have been successful with other FAO projects before.”

Paultre said his main goal is to enhance food output by introducing simple but efficient new farming methods and, in the meantime, save water and combat erosion..

Just across the border from Dilaire, in the Dominican Republic, over 40 farmers associations have already embraced drip irrigation farming and now sell their vegetables all over the region, even in Fort Liberté.

“I’m hoping that in a few years from now this region has an output of vegetables, similar to that of the neighbors” said Paultre.

If the women of Dilaire have anything to do with it, people living in the Dominican town of Dajabon on the other side of the border will be buying vegetables grown in Haiti.





Chávez: “Venezuela grenst aan het Koninkrijk der Nederlanden”

Venezuela en Rusland zijn begonnen met het samen boren naar gas in de Caraïbische Zee. Het is voor het eerst dat het olierijke Venezuela ook op zoek gaat naar gas in zijn territoriale wateren.

Er zijn in de Golf van Venezuela en voor de Venezolaanse kust in totaal 28 velden afgebakend om een geschatte hoeveelheid van 27 trillioen kubiek voet gas te ontginnen. Vijf velden daarvan vormen het ‘Proyecto Rafael Urdaneta’ Die zijn nu ter exploitatie vrijgegeven. Met name het veld ‘Cardón 3’ van dat project ligt zo ongeveer naast Aruba.

“Rusland en Venezuela zijn nu strategische partners,” zei president Hugo Chavez in een rechtstreekste televisie uitzending vanaf het nieuwe boorplatform in het veld ‘Urumaco 1’, “deze boring is een daad van soevereiniteit, we hebben onszelf bevrijd van het Yankee imperialisme.” De Russische vice premier Igor Sechin stond tussen de werkers op de boortoren en knikte minzaam.

De voortvarendheid waarmee Chavez de Caraïbische Zee in het vizier heeft voor exploitatie van gas heeft in Den Haag al eens onrust veroorzaakt. VVD-kamerlid Van Baalen heeft zich vorig jaar hardop zorgen gemaakt over de “Venezolaanse expansiedrift”. Ook Minister van Buitenlandse Zaken Verhagen heeft daarover al een paar keer bezwerende formules uitgesproken.

Chavez heeft bij de ondertekening van het akkoord met Rusland nog eens haarfijn uitgelegd dat hij de Caraïbische Zee grotendeels als van Venezuela beschouwd. Maar hij is zich ook bewust van de limieten : “ons land grenst in het Noorden aan het Koninkrijk der Nederlanden”, zo zei hij letterlijk.

De Russische president Dimitry Medvedev komt later deze maand op bezoek in Venezuela, als de Venezolaanse en Russiche vloot samen oefeningen houden in de Caraïbische Zee. De Amerikanen kunnen die oefeningen vanaf hun basis op Curaçao in de gaten houden.


Plastic huizen in plaats van sloppenwijken

Venezuela worden plastic woningen gebouwd volgens een systeem waarbij de sloppenwijkbewoners zelf hun terrein bouwrijp maken, een bewonerscomité moeten stichten en met die groep zelf de huizen bouwen waarin ze straks gaan wonen. De arbeid die ze er in stoppen is alvast de aanbetaling voor de “hypotheek”. Het comité krijgt bestuursscholing en is straks ook de beheerder van de buurt. Het comité wordt bijgestaan door technische specialisten die worden geleverd door de overheid.


Gratis winkel op Curaçao

Agnes Cobelens, vroedvrouw op Curaçao, is met een gratis winkel begonnen in de achterstandswijk Seru Fortuna op Curaçao. Door haar werk is het haar opgevallen hoeveel armoede er heerst op het eiland en ze heeft de handen uit de mouwen gestoken om er wat aan te doen.