De ‘roots’ van het Nederlandse honkbalsucces

‘In de jaren vijftig en zestig was voetbal op Curaçao de populairste volkssport’, vertelt Alvin “Fichi” Fléming, ‘maar dat veranderde in het begin van de zeventiger jaren met de promotie naar de hoofdklasse van de Blue Hawks, een ploeg die voor het merendeel werd bevolkt door de jeugd van Otrabanda. Toen werd honkbal hier de grootste sport.’

Fichi Fléming is een gevierd honkbalpionier. Hij speelde van 1970 tot 1979 voor zowel de Curaçaose als de Antilliaanse selectie als 3de honk. Daarna werd hij coach, later manager van Curaçao en van het Antilliaanse nationale team. Als hij het heeft over baseball, is het alsof je met hem in een zinderend stadion zit.

‘De Blue Hawks speelden in het Rifstadion waar de mensen uit Otrobanda te voet naar toe konden’, zo vertelt hij, ‘ze hoefden geen transport te betalen, dat maakte een groot verschil. Ze kwamen met trommels en bellen om bij de wedstrijden muziek te maken en sfeer te creëren. Radio Curom zond die wedstrijden uit, de kranten brachten foto’s. De ambiance die heerste rond de wedstrijden van de Blue Hawks lokte steeds meer liefhebbers naar het stadion.’

‘Kort daarna promoveerden de Wildcats Felipe II. Hun supporters kwamen met een heuse band naar het stadion. Ze wilden de Blue Hawks overtreffen en kwamen met een grote bezetting, met elektrische instrumenten, noem maar op.’

‘De clubs hebben allemaal hun wortels in de populaire wijken van Willemstad. Door de sfeer in het stadion werd honkbal niet alleen een sport voor de jongeren, maar een dagje feest voor de hele familie. Vroeger had je geen tv, geen computer, je had honkbal. Er werden vier wedstrijden op een dag gespeeld, de mensen kampeerden de hele dag in het stadion met eten, drinken en muziek. De sport groeide als kool.’

‘Zo bij het begin van de jaren tachtig werd Sherwin “Bèbè” Cijntje opgeroepen om in de Amerikaanse competitie te komen spelen en werd Hensley “Bam Bam” Meulens de eerste Curaçaose Big Leaguer bij de New York Yankees.’

‘Door Cijntje, maar vooral door Meulens stond Curaçao plots op de Amerikaanse honkbalkaart. Scouts uit Amerika kwamen naar Curaçao, op zoek naar talent. De interesse voor baseball groeide onder de jeugd. Alle kids droomden ervan ingelijfd te worden bij een grote club. Dat gebeurde in 1993: de Atlanta Braves hadden belangstelling voor Andruw Jones, een jongen van zestien uit Brievengat.’

‘In 1996 promoveerde Jones eerst van Double A naar Triple A, dan naar de Major League en maakte hij zijn debuut in de World Series, het walhalla van het wereldhonkbal. Hij sloeg toen in zijn eerste wedstrijd een homerun bij zowel zijn eerste als zijn tweede slagbeurt. In de VS stond iedereen perplex en Curaçao veranderde in een gekkenhuis van vreugde.’

‘Dat was de definitieve doorbraak van honkbal op Curaçao. Iedereen liep rond met petten of shirts van de Atlanta Braves. Onder de jeugd was Andruw Jones een idool en een rolmodel. De interesse voor baseball groeide nog meer. Bijna alle jeugdtrainers zijn ook scout voor een grote Amerikaanse ploeg.’

Er spelen op dit moment zeven Curaçaoënaars in de MLB, één speelt in de hoogste Japanse klasse, tussen de dertig en veertig jongens komen uit in de hogere Amerikaanse competities en er zijn er nog eens een hoop die jaarlijks met studiebeurzen naar Amerika vertrekken om honkbal te spelen in ‘college’ teams.

De Curaçaose honkbalfederatie FEBEKO heeft vorige week het lidmaatschap in de wacht gesleept van de International Baseball Federation (IBAF) en Confederacion Panamericana de Beisbol (COPABE). Na het opheffen van de Nederlandse Antillen heeft Curaçao niet de begeerde Olympische erkenning gekregen omdat het geen onafhankelijk land is. Het lidmaatschap van IBAF en COPABE is zo voor Curaçao van groot belang om te kunnen blijven deelnemen aan de internationale evenementen van deze organisaties. Curaçaose honkballers hoeven zich nu niet meer onder Nederlandse vlag te scharen om internationaal te kunnen schitteren.

Thaikaidzwa Doran, secretaris van FEBEKO vindt het niet meer dan normaal dat Curaçaos talent aantreedt voor Oranje. “Ik feliciteer de wereldkampioenen. Ik ben gewoon trots op die jongens. Kan je ze kwalijk nemen dat ze kiezen voor goede infrastructuur, goede begeleiding, goede verzorging en een omgeving die blijkbaar het hoogste podium kan opleveren’, zo vraagt hij zich af, ‘het gaat erom dat die jongens als atleet kunnen schitteren en dan doet de vlag waaronder dat gebeurt er weinig toe.’

Dat er in de nabije toekomst een goede Curaçaose honkbalploeg komt, daar hoeft niemand aan te twijfelen. Doran: ‘we hebben sinds 2008 een dynamisch bestuur dat ernaar streeft een sterke nationale selectie op de been te brengen. Er is zoveel talent dat we, zelfs met al die Curaçaose spelers in Oranje, nog gemakkelijk zelf een topteam kunnen samenstellen.’