Wereldbekerblog 17 – Met de hulp van god en de hoeren

Foto op 01-07-14 om 11.29RIO DE JANEIRO – Je gelooft het niet, maar het is nu elf uur ‘s ochtends en de eerste supporters hebben zich al gemeld bij het Fonte Nova stadion in Salvador de Bahia voor de wedstrijd België – Verenigde Staten die pas wordt afgetrapt om vijf uur vanmiddag. Het zijn jeugdige Amerikanen die de adrenaline nu al niet meer de baas kunnen.

Ik moet eerlijk zeggen dat ik ook nerveus ben voor deze wedstrijd. Voor mijn hart is het beter dat de Rode Duivels de wedstrijd op slot gooien na de drie nul in de eerste helft. Die thrillers die in de laatste tien minuten beslecht worden slopen me.

Belgen waren er nog niet te vinden bij het stadion. Blijkbaar deelt de Belgische voetbalbond kaartjes uit voor de wedstrijd omdat er zich weinig supporters hebben aangemeld. Niet eens vierduizend. Die supporters pieken daarentegen blijkbaar wel in de nachtelijke uren op de Rua Augusta in de buurt van de nachtkroegen en de bordelen van São Paulo. UOL brengt met grote regelmaat berichten uit de rosse buurt. In deze reportage gaat het over de klacht van de werkende meiden dat de ‘gringo’s’ de gevraagde tarieven te hoog vinden en steeds willen afdingen, maar de Belgen die de reporter had aangetroffen hadden niets dan lof voor het land, de stad, de buurt en de meiden. Ze zagen er uit alsof ze hun geld al goed besteed hadden. Platzak en niet naar Salvador.

Brazilië niet meer 100% op zijn gemak

Het geelgroene pantser van collectief vertrouwen in de Seleção begint bijna onzichtbare haarscheurtjes te vertonen. In de barretjes waar de vijftig plussers tot een uur of tien minuscule kopjes koffie wegsippen en vanaf elf uur grote flessen bier, is er negatieve consensus over de ‘sufoco’ die ze met moeite hebben overleeft.

Sufoco betekent letterlijk ‘verstikking’. In voetbaltaal is dit het ergste wat een team kan overkomen. De strot is dan dichtgeknepen, de ogen zijn al naar boven gerold en slechts een penalty op de lat heeft een wisse dood gekeerd. Enkel verlies is erger. De afgelopen sufoco heeft de zwakte van het team blootgelegd. De drie meest gehoorde klachten: Fred loopt er bij ter versiering, Fernandinho is beter dan Paulinho en als hij toch wordt opgesteld pakt hij geel. Neymar alleen kan het team niet over de eindstreep trekken. In de vergelijking met de kampioensteams uit het verleden komt deze Seleção steeds als minder uit de bus.

De kranten beginnen hun lezers al met zachte hand weg te voeren van de euforie die tot afgelopen weekend nog werd opgepompt tot ongekende dimensie. De televisie laat zonder al te veel commentaar zien dat Colombia de beste speler van het toernooi in de rangen heeft. Het gaat nog niet zo ver dat er al bij gezegd wordt dat het geen schande zou zijn om van deze grootheid te verliezen. De mannen in de bar weten het eigenlijk wel zeker, maar ze blijven wel hopen. Op een mirakel.

De meest gekke Braziliaanse bijgeloven zijn er al voorbij gekomen: de spelers hebben hun borst collectief met iets gezalfd, keeper Julio Cesar legt een stokoud kruisje van zijn overgrootmoeder op de doellijn voor de noodzakelijke hulp. De hele tijd (maar daar hebben blijkbaar heel veel spelers last van, ook die van andere landen) worden de wijsvingers van beide handen in de lucht gestoken als Wi-Fi antennetjes die contact zoeken met het goddelijke netwerk.

Ik weet zeker dat het allemaal niet helpt. Niet memmen, voetballen!

Door Journex